Nederlanders denken dat ze zelf fake news kunnen herkennen, maar schatten hun medeburgers laag in

Nieuw onderzoek van Ipsos naar nieuwsconsumptie en mediagebruik in 29 landen.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Fake newsData van Ipsos laat zien dat een meerderheid van de Nederlanders actief op zoek gaat naar nieuwscontent van bronnen die ze vertrouwen. Maar slechts een kleine groep is ook bereid te betalen voor betrouwbaar nieuws. En als het gaat om het herkennen van ‘fake news’, dan hebben we veel meer vertrouwen in ons eigen vermogen dan in het vermogen van medeburgers om het verschil tussen ‘echt’ en ‘nep’ te zien. 
 

Fake news

Fake news is een echt probleem. Het wordt voor burgers die proberen te navigeren in het complexe medialandschap steeds belangrijker om ‘echt’ nieuws’ van ‘fake’ nieuws te onderscheiden. Onze data suggereert dat we meer dan twee keer zo veel vertrouwen hebben in ons eigen vermogen om ‘fake’ van ‘echt’ te onderscheiden dan in het vermogen van anderen om dat te doen: slechts 21% van alle Nederlanders denkt dat andere Nederlanders het verschil tussen ‘fake’ en ‘echt’ nieuws herkennen, terwijl 54% zegt zelf het verschil te herkennen. Wereldwijd zegt 58% van alle burgers fake nieuws te kunnen onderscheiden van echt nieuws, terwijl maar 30% zegt dat ook anderen in hun land dat verschil zien. 
 

Selecteren van content

Gaan burgers actief op zoek naar nieuws dat ze vertrouwen? Daar lijkt het wel op: 71% van alle Nederlanders onderschrijft de stelling dat ze “ervoor zorgen dat het nieuws dat ze consumeren van een bron komt die ze vertrouwen”. Wereldwijd zegt zelfs 82% dat te doen. Het probleem hierbij is echter wel dat burgers nieuwsbronnen als ‘betrouwbaar’ bestempelen wanneer de content daarvan als ‘waar’ gezien wordt; in veel gevallen percipiëren burgers nieuwsbronnen als betrouwbaar omdat deze hun kijk op de wereld bevestigt. 
 

Betalen voor nieuws? 

Zijn we bereid te betalen voor nieuws? Wereldwijd zeggen zo’n twee op de drie burgers (67%) dat ze alleen nieuws consumeren dat gratis beschikbaar is. In Nederland is dat 69%. Eén op de drie Nederlanders (32%) is bereid om te betalen voor nieuws dat ze vertrouwen, 45% is niet bereid om dat te doen. 
 

Sociale media als nieuwsbron? 

Zes op de tien Nederlanders (60%) gebruiken sociale media als dagelijkse bron van nieuws. Nieuws apps op de telefoon doen voor ongeveer de helft (52%) van alle Nederlanders dienst als dagelijkse toegang tot nieuws. Radio (33%) en televisie (58%) worden ook door veel burgers gebruikt om nieuws te consumeren. Slechts ongeveer een op de tien (11%) gebruikt een betaald abonnement (online of offline) als dagelijkse nieuwsbron. 


Sjoerd van Heck, Research Manager Ipsos Public Affairs:

"Dit onderzoek laat zien hoe complex de problematiek rondom ‘fake news’ is. Een grote groep Nederlanders is niet bereid om te betalen voor nieuws, en gebruikt sociale media als dagelijkse nieuwsbron. In een medialandschap dat steeds verder fragmenteert en polariseert heeft dit negatieve gevolgen voor de manier waarop onze samenleving en ons democratisch stelsel functioneert. Het helpt niet dat we anderen niet in staat achten om ‘fake’ van ‘echt’ te onderscheiden, terwijl we denken dat zelf wel te kunnen. Sociale media platformen zijn doorgaans ambivalent in hun strategie met betrekking tot het actief blokkeren van ‘fake news’, maar de resultaten van deze studie laten zien dat Facebook, Twitter en andere kanalen een belangrijke rol spelen in de nieuwsvergaring van burgers en verantwoordelijkheid zullen moeten nemen."

 

Meer informatie

Volledige onderzoeksrapporten


Onderzoeksverantwoording 

  • Dit onderzoek is een samenwerking van Ipsos en The Trust Project. De data komt uit twee verschillende onderzoeken van Ipsos. Het eerste onderzoek is uitgevoerd tussen 22 mei en 5 juni 2020 in 27 landen onder 18.998 burgers. In 5 landen (de Verenigde Staten, Canada, Maleisië, Zuid-Afrika en Turkije) zijn burgers tussen de 18 en 74 jaar oud geïnterviewd. In de overige 22 landen waren de ondervraagden tussen de 16 en 74 jaar oud. Het tweede onderzoek is uitgevoerd tussen 19 juni en 3 juli 2020 in dezelfde 27 landen en Colombia en Israël onder 20.047 burgers. 
  • In 13 landen (Australië, Brazilië, Canada, China (Mainland), Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Mexico, Spanje, Zweden en de Verenigde Staten) bestond de steekproef uit ongeveer 1.000 burgers per land. In de overige landen was de steekproefgrootte 500 per land. 
  • In Argentinië, Australië, België, Canada, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Hongarije, Italië, Japan, Nederland, Polen, Zuid-Korea, Spanje, Zweden en de Verenigde Staten zijn nationaal representatieve steekproeven (16/18-75 jaar) bevraagd. 
  • In Brazilië, Chili, China (Mainland), Colombia, India, Israël, Maleisië, Mexico, Peru, Rusland, Saudi-Arabië, Zuid-Afrika en Turkije zijn de steekproeven representatief voor wat ook wel het ‘connected’ segment van de samenleving wordt genoemd. Dit zijn burgers die, in vergelijking met de gemiddelde burger in de desbetreffende landen, hoger zijn opgeleid, een hoger inkomen hebben en vaker in een urbane omgeving leven. 
  • Wanneer de resultaten niet optellen tot 100 kan dit komen door afronding, de mogelijkheid om meerdere antwoordcategorieën te selecteren, of het weglaten van de antwoordcategorie ‘weet ik niet’ of ‘neutraal’. 
  • De foutmarge bedraagt circa 3% bij een steekproefgrootte van 1.000 respondenten en circa 4,5% bij een steekproefgrootte van 500 respondenten. 
  • Er zijn weegcorrecties op de data toegepast zodat de steekproeven het demografische profiel van de bevolkingen in de verschillende landen weerspiegelen.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands