Het referendum: ja of nee?

Het kabinet wil het raadgevend referendum afschaffen. Onderzoek van Ipsos laat zien dat slechts drie op tien burgers zich kunnen vinden in dit besluit. Daarnaast zegt ongeveer de helft van het electoraat voorstander te zijn van het houden van referenda. Het enthousiasme is groter onder jongeren en laagopgeleiden. 

Het referendum: ja of nee?

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs
Get in touch

Sjoerd van HeckHeel misschien komt er nog één keer een raadgevend referendum, over de zogenaamde ‘donorwet’. Maar waarschijnlijk gaat dat  niet lukken. En dan zal het dus blijven bij slechts twee raadgevende referenda: in 2016 over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne, en afgelopen maart over de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de ‘sleepwet’). Beide keren ‘won’ het Nee-kamp, hoewel het verschil bij het laatste referendum klein was, en de uitslag voor velen (onszelf incluis) verrassend

 

ReferendaBeide keren ook voerde de regering campagne voor de Ja-stem. En dus is de indruk snel gewekt dat de haastige afschaffing van het raadgevend referendum mede is gemotiveerd door die verliezen. Na het laatste referendum bijvoorbeeld moest het kabinet schoorvoetend de ‘sleepwet’ aanpassen. Democratische instrumenten moeten echter niet op de uitkomst, maar op het proces worden beoordeeld, zoals politicoloog Tom van der Meer hier uitlegt (en wat leidt tot een babylonische spraakverwarring in de discussie met VVD-coryfee Hans Wiegel). 

 

Wat zijn dan de argumenten van het derde kabinet-Rutte om het referendum de das om te doen? In het regeerakkoord (pagina 8) staat dat het raadgevend referendum is geïntroduceerd als “opmaat naar een correctief bindend referendum”, maar dat sindsdien de “politieke steun” is “afgebrokkeld”. Het eerste punt is discutabel. Het tweede punt ook. Het begrip politieke steun is voor interpretatie vatbaar, maar in ieder geval is onder kiezers de steun voor referenda allesbehalve afgebrokkeld. 

 

Figuur 1

Klik om te vergroten.

 

Ongeveer de helft van het electoraat zegt voorstander te zijn van het houden van referenda, terwijl drie op de tien zichzelf omschrijven als tegenstander. Andere onderzoeken laten vergelijkbare cijfers zien als het gaat om principiële steun voor het referendum als democratisch instrument (bijvoorbeeld hier, pagina 22). Hoogopgeleiden (39%) en ouderen (33%) zijn vaker tegenstander van het houden van referenda dan laagopgeleiden (20%) en jongeren (21%). PVV’ers en SP’ers zijn voorstanders, achterbannen van andere partijen zijn verdeeld. 

 

Figuur 2

Klik om te vergroten.
 

Daarnaast vroegen wij kiezers wat zij vinden van de afschaffing van het raadgevend referendum. Drie op de tien zeggen dit een goede zaak te vinden, terwijl ongeveer de helft zegt dit een slechte zaak te vinden. PVV’ers en SP’ers zijn het meest kritisch over het kabinetsbesluit, achterbannen van andere partijen zijn verdeeld. We zien geen significante verschillen tussen leeftijdsgroepen, hoewel jongeren minder uitgesproken zijn dan ouderen: 30% van de jongeren weet het niet of heeft geen mening, tegenover 18% onder 55-plussers. Hoogopgeleiden (39%) vinden afschaffing vaker een goede zaak dan laagopgeleiden (23%). 

 

Vooral laagopgeleiden en, in mindere mate, jongeren zijn dus enthousiast over referenda. Afschaffing van het referendum neemt voor deze groepen, die sowieso al in mindere mate participeren in de politiek (zie bijvoorbeeld hier en hier op pagina 118), dus een belangrijk middel weg om onvrede over democratische besluitvorming te uiten. Met toenemend wantrouwen in de politiek als mogelijk gevolg, waarschuwen experts. Een waarschuwing die het kabinet serieus zou moeten nemen. Bijvoorbeeld door een referendum over afschaffing van het raadgevend referendum te houden.

 

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck (sjoerd.vanheck@ipsos.com

 

Onderzoekverantwoording
Deze gegevens zijn gebaseerd op onlineonderzoek onder een representatieve steekproef van 1046 stemgerechtigde Nederlanders. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen 2017) zijn door middel van een weging gecorrigeerd.
De gegevens zijn verzameld van vrijdag 25 mei tot en met maandag 28 mei 2018. 
Alle verschillen tussen de subgroepen die besproken worden in de tekst (zoals “hoogopgeleiden (39%) en ouderen (33%) zijn vaker tegenstander van het houden van referenda dan laagopgeleiden (20%) en jongeren (21%).”) weerspiegelen statistisch significante verschillen getoetst op het gangbare 95% betrouwbaarheidsniveau.
 
 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs