Het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten: de laatste stand van zaken

Uit onderzoek van Ipsos en Eenvandaag blijkt dat, daags voor het referendum, het aantal kiezers dat aangeeft voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te gaan stemmen groter is dan het aantal kiezers dat van plan is tegen te gaan stemmen. Uit de peiling blijkt dat 53% van de kiezers die nu aangeven te gaan stemmen bij het referendum voornemens is om ‘voor’ te stemmen, 34% zegt ‘tegen’ te gaan stemmen en 13% weet het nog niet.

Het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten: de laatste stand van zaken

Ipsos benadrukt dat dit geen voorspelling van de uitslag van het referendum is, maar de stand van zaken een aantal dagen voor het referendum. Een aantal factoren kunnen de definitieve uitslag nog beïnvloeden:

 

  • Het aantal kiezers dat zegt nog te twijfelen is groot (13%), en het is onduidelijk wat zij uiteindelijk zullen beslissen. 
  • De definitieve opkomst. Een hogere of lagere opkomst dan verwacht, van bijvoorbeeld jonge kiezers, kan de uitslag sterk beïnvloeden. We weten uit ervaring dat opkomst moeilijk in te schatten is, omdat er een verschil is tussen stemintentie en het daadwerkelijke aantal mensen dat op de verkiezingsdag de gang naar de stembus maakt. Bovendien vinden er, in de meeste stemlokalen, naast het referendum nog verkiezingen plaats voor de gemeenteraad. Dit maakt inschattingen van de opkomst voor het referendum nog moeilijker. 
  • Ten slotte vindt er nog een debat plaats op de avond voor de verkiezingen, zullen media nog berichten over de laatste campagneactiviteiten en hebben gebeurtenissen uit de actualiteit invloed op het stemgedrag.

 

Deze peiling van Ipsos en Eenvandaag is gebaseerd op onlineonderzoek onder een representatieve steekproef van 1164 stemgerechtigde Nederlanders. De gegevens zijn verzameld van vrijdag 16 maart tot en met maandag 19 maart 2018.

Hoe nauwkeurig zijn de cijfers?
Omdat de percentages die we publiceren zijn gebaseerd op steekproeven moet rekening worden gehouden met de statistische marges die daarbij horen. Bij de steekproeven die per peiling worden gebruikt zijn die marges gemiddeld +/-  5%.