Immigratie, etniciteit en religie gezien als voornaamste bronnen van maatschappelijke spanning in Nederland

In de perceptie van Nederlanders bestaan er maatschappelijke spanningen tussen groepen burgers die verschillen op basis van geboorteland, etniciteit en religie.

Protest

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Veel Nederlanders nemen maatschappelijke spanningen waar tussen groepen burgers die verschillen op basis van geboorteland, etniciteit en religie. Andere verschillen tussen burgers, bijvoorbeeld op basis van welvaartsniveau, geslacht, leeftijd, opleiding of woonplaats, leiden in de perceptie van Nederlanders tot minder spanningen. 

Dat blijkt onderzoek van Ipsos in 28 landen, waaronder Nederland, uitgevoerd tussen 23 december 2020 en 8 januari 2021. Het volledige rapport is hier in te zien. 

 

Maatschappelijke spanning en verdeeldheid 

Bijna driekwart van alle Nederlanders (73%) vindt dat er relatief veel maatschappelijke spanning bestaat tussen immigranten en andere inwoners van Nederland. Een ongeveer even grote groep (70%) zegt dat dat er spanningen bestaan tussen groepen die verschillen op basis van etniciteit. in Nederland. En meer dan zes op de tien burgers (64%) ziet spanningen tussen religies.

Daarmee worden immigratie, etniciteit en religie relatief vaak genoemd als bronnen van maatschappelijke spanningen. Verschillen tussen mannen en vrouwen (25%), tussen universitair geschoolden en niet-universitair geschoolden (27%) en tussen ouderen en jongeren (34%) worden veel minder vaak gezien als leidende tot verdeeldheid.

Ook verschillen op basis van welvaartsniveau en sociale klasse worden in Nederland gezien als resulterende in minder maatschappelijke spanningen dan verschillen op basis van religie, etniciteit en geboorteland. 

 

Politiek correct

Nederlanders zijn verdeeld over nut en noodzaak van “politieke correctheid” in ons taalgebruik om spanningen tussen groepen burgers weg te nemen. Ongeveer de helft van alle Nederlanders (45%) vindt dat anderen te snel beledigd zijn, terwijl de andere helft (49%) juist vindt dat we de manier waarop we over anderen praten moeten veranderen en alerter moeten zijn op gevoeligheden. 


Sjoerd van Heck, Research Manager Ipsos Public Affairs:

Dit onderzoek laat zien dat Nederlanders veel maatschappelijke conflicten herleiden tot culturele verschillen tussen groepen burgers, bijvoorbeeld verschillen op basis van etniciteit of religie. Materiële verschillen, op basis van sociale klasse of rijkdom, worden als minder problematisch ervaren. En verschillen op basis van bijvoorbeeld geslacht, leeftijd of woonplaats (stad versus platteland) leiden in de perceptie van veel burgers nog veel minder vaak tot spanningen. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om verschillen tussen mannen en vrouwen, of universitair geschoolden versus niet-universitair geschoolden, dan zijn Nederlanders – vergeleken met inwoners van andere landen – het minst geneigd om te zeggen dat deze verschillen tot maatschappelijke spanningen leiden. Het feit dat verschillen op basis van geboorteland, religie en etniciteit relatief vaak worden geassocieerd met maatschappelijke spanningen heeft– tot op zekere hoogte – te maken met het hevig gepolariseerde politieke debat over vraagstukken rondom migratie en culturele integratie. 

 

Onderzoeksverantwoording

  • Deze gegevens zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos onder een steekproef van 23.004 burgers in 28 landen tussen 23 december 2020 en 8 januari 2021.
  • In de Verenigde Staten, Canada, Maleisië, Turkije en Zuid-Afrika zijn burgers in de leeftijdscategorie tussen de 18 en 74 jaar ondervraagd. In Singapore waren de ondervraagden tussen de 21 en 74 jaar oud en in de overige 22 landen waren de ondervraagden tussen de 16 en 74 jaar oud. 
  • In ieder land zijn circa 1.000 burgers ondervraagd, met uitzondering van Argentinië, Chili, Hongarije, India, Maleisië, Mexico, Nederland, Peru, Polen, Rusland, Saudi-Arabië, Singapore, Turkije, Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Zweden waar circa 500 burgers per land hebben meegedaan aan het onderzoek.  
  • In Argentinië, Australië, België, Canada, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Japan, Nederland, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Zweden) zijn de steekproeven nationaal representatief. In de overige landen zijn de steekproeven representatief voor wat ook wel het ‘connected’ segment van de samenleving wordt genoemd. Dit zijn burgers die, in vergelijking met de gemiddelde burger in de desbetreffende landen, hoger zijn opgeleid, een hoger inkomen hebben en vaker in een urbane omgeving leven. 
  • Wanneer de resultaten niet optellen tot 100 kan dit komen door afronding, de mogelijkheid om meerdere antwoordcategorieën te selecteren, of het weglaten van de antwoordcategorie ‘weet ik niet’ of ‘neutraal’. 
  • De foutmarge bedraagt circa 3.5% bij een steekproefgrootte van 1.000 respondenten en circa 5% bij een steekproefgrootte van 500 respondenten. 
  • Er zijn weegcorrecties op de data toegepast zodat de steekproeven het demografische profiel van de bevolkingen in de verschillende landen weerspiegelen.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands

Meer inzichten over Publieke Sector