Nederlanders over de coronavaccinatie

Zo denken Nederlanders over de coronavaccinatie. En dit is de vaccinatiebereidheid.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Ipsos heeft in opdracht van de NOS de publieke opinie in Nederland over de coronavaccinatie en de vaccinatiebereidheid onderzocht. Dit zijn de belangrijkste resultaten. Lees ook het artikel van de NOS, of bekijk het volledige onderzoeksrapport

 

De vaccinatiebereidheid in Nederland is opgelopen tot 75%: drie op de vier Nederlanders zegt zich ‘zeker wel’ of ‘waarschijnlijk wel’ te willen laten vaccineren tegen corona. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos en de NOS uitgevoerd tussen 30 december 2020 en 4 januari 2021. In december (18-20 december) was de vaccinatiebereidheid nog 69%, in november (20-23 november) was dat nog 66%. 

Ongeveer de helft van alle Nederlanders (51%) zegt zich ‘zeker wel’ te willen laten vaccineren tegen corona. In december was dat nog 44%, en in november nog 37%. Nog eens ongeveer een kwart (24%) van alle Nederlanders wil zich ‘waarschijnlijk wel’ laten vaccineren. Ongeveer één op de tien burgers (8%) wil zich ‘zeker niet’ laten vaccineren, dat aandeel is stabiel gebleven vergeleken met eerdere metingen. Een ongeveer even grote groep (10%) weet het nog niet, en 7% zegt zich ‘waarschijnlijk niet’ te willen laten vaccineren tegen corona. 

De vaccinatiebereidheid onder mannen (79%) is hoger dan onder vrouwen (72%). Onder hoogopgeleiden is iets meer animo voor vaccinatie tegen corona dan onder laagopgeleiden (81% versus 75%). En onder ouderen (55-plussers) ligt de vaccinatiebereidheid fors hoger dan onder jongeren (18-34 jaar): 86% onder ouderen en slechts 65% onder jongeren. Wanneer we kijken naar huidige politieke voorkeur valt op dat de vaccinatiebereidheid onder aanhangers van PVV en FVD relatief laag is. 


Twijfelaars en weigeraars

Nederlanders die nog niet weten of ze zich willen laten vaccineren noemen verschillende redenen: twijfel over de veiligheid en de effectiviteit van de coronavaccins, angst voor bijwerkingen en de snelheid waarmee de vaccins worden ontwikkeld. Ook wacht een deel van de twijfelaars liever tot andere Nederlanders zich hebben laten vaccineren. 

Burgers die zich ‘zeker niet’ willen laten vaccineren delen deze zorgen maar noemen, vaker dan de twijfelaars, ook aanvullende redenen zoals religieuze overwegingen en andere principiële bezwaren. Ook denkt een groot deel van de weigeraars geen vaccinatie nodig te hebben omdat ze aangeven zelf gezond genoeg te zijn dan wel omdat corona volgens hen geen groot gevaar voor de (volks)gezondheid vormt. 

Een ander verschil is dat het grootste deel van de ‘twijfelaars’ positief staat ten opzichte van vaccinatie in zijn algemeenheid. Deze groep lijkt dus, in principe, te kunnen worden bewogen tot vaccinatie mits pragmatische bezwaren (veiligheid en effectiviteit van het vaccin, twijfel over de snelheid van ontwikkeling) worden weggenomen. Een relatief groot deel van de burgers die zeggen zich ‘zeker niet’ te willen laten vaccineren tegen corona staat ook negatief tegenover vaccinatie in zijn algemeenheid. Het overtuigen van deze groep burgers van het nut van de coronavaccins lijkt daarom lastiger. 
 

Vaccinatieplicht

Het draagvlak voor een algehele vaccinatieplicht opgelegd door de overheid is klein. Ongeveer één op de drie Nederlanders (33%) is voor, terwijl circa vier op de tien (42%) tegen een dergelijke vaccinatieplicht is. Jongeren zijn vaker tegen dan ouderen. Een meerderheid van alle Nederlanders (58%) vindt het wel asociaal wanneer anderen zich niet laten vaccineren. 

Een ‘indirecte vaccinatieplicht’ zou kunnen inhouden dat Nederlanders die zich niet laten vaccineren de toegang tot bijvoorbeeld de horeca, een festival of de bibliotheek zou worden ontzegd. Er is maar beperkt draagvlak voor dergelijke maatregelen; de groep burgers die voor is, is ongeveer even groot als de groep burgers die tegen is. 

Meer steun is er voor het voorstel om burgers met een ‘vaccinatiebewijs’ meer vrijheden te gunnen tijdens een nieuwe uitbraak van het coronavirus. Iets meer dan de helft van alle Nederlanders (56%) steunt dit idee, ongeveer een kwart (28%) ziet er niets in. Ouderen zijn enthousiaster over dit soort maatregelen dan jongeren, datzelfde patroon geldt ook voor de directe en indirecte vormen van vaccinatieplicht. 

 

Vertrouwen

Het vertrouwen in opiniemakers en instituties die een rol spelen tijdens de coronacrisis ligt veel hoger onder Nederlanders die van plan zijn zich te laten vaccineren, dan onder Nederlanders die dat niet van plan zijn. Zo heeft 86% van alle burgers die zich ‘waarschijnlijk wel’ of ‘zeker wel’ laten vaccineren vertrouwen in het RIVM. Onder burgers die zich ‘waarschijnlijk niet’ of ‘zeker niet’ willen laten vaccineren ligt het vertrouwen in het RIVM slechts op 28%. 


Coronamaatregelen

In vergelijking met september is het oordeel van Nederlanders over de duidelijkheid van de coronamaatregelen en de communicatie van de overheid over deze maatregelen vrij stabiel gebleven. Opvallend is wel dat de roep om strengere handhaving van de coronamaatregelen veel luider is geworden. In september zei ongeveer de helft van alle Nederlanders (48%) dat er strenger moest worden gehandhaafd, nu is dat 71%. 

Ten opzichte van september is de beoordeling van de politieke kopstukken in de coronacrisis ongeveer gelijk gebleven. Nog steeds vindt een meerderheid van de Nederlandse bevolking dat Hugo de Jonge en Mark Rutte ‘goed’ of ‘zeer goed’ handelen in de crisis. Wanneer we vragen naar een algehele indruk sinds het begin van de crisis, nu bijna een jaar geleden; dan zegt 38% positiever te zijn geworden over Rutte. Ongeveer een kwart (23%) is juist negatiever gaan denken over de premier. 

 

Blik op de toekomst

Ongeveer vier op de tien Nederlanders (42%) geloven dat de coronacrisis een blijvende impact zal hebben op hun leven. Maar er is ook optimisme: ongeveer de helft van de bevolking (51%) denkt dat we nog in 2021 helemaal kunnen stoppen met de coronamaatregelen. Een kwart denkt dat dat pas kan in 2022, en 21% denkt dat we er nooit meer helemaal van af komen. 

 

Eerder onderzoek

Op sommige plekken in dit rapport wordt een vergelijk gemaakt met september 2020. Die gegevens komen uit het Ipsos/NOS Prinsjesdagonderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen 7 en 9 september 2020 onder een representatieve steekproef van stemgerechtigde Nederlanders (n=1.050). Lees meer over dit onderzoek bij de NOS
 

 

Onderzoeksverantwoording
Deze gegevens zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van stemgerechtigde Nederlanders (n=1.007) tussen 30 december 2020 en 4 januari 2021. Afwijkingen tussen de samenstellingen van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2017) zijn door middel van een weging gecorrigeerd. Foutmarges lopen uiteen van ongeveer 1% tot ongeveer 3%.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands

Meer inzichten over Publieke Sector