Nederlanders over klimaatverandering

In het kader van de Klimaatconferentie van Glasgow, die tussen 31 oktober en 12 november 2021 plaatsvindt, heeft Ipsos in opdracht van de NOS de publieke opinie in Nederland over klimaatverandering onderzocht.

De UN Climate Change Conference of the Parties (COP26) is een conferentie van de Verenigde Naties en geldt als een belangrijke stap in de ontwikkeling van klimaatbeleid. Het doel van de conferentie is om concrete acties te bespreken die er aan moeten bijdragen om de doelen van het Parijsakkoord van 2015 te halen.

 

Recentelijk kreeg Nederland te maken met de gevolgen van extreme weersomstandigheden. In juli werden delen van Nederland – en ook delen van België, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland – getroffen door overstromingen die werden veroorzaakt door hevige regenval. Kort daarop, in augustus, verscheen er een nieuw rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. De boodschap was, kort gezegd, dat de effecten van de opwarming van de aarde al gevoeld worden. Klimaatverandering, zo stelden de onderzoekers, heeft onder andere effect op weersextremen. In de hele wereld – en ook in Nederland – wordt door burgers steeds vaker gedemonstreerd en klinkt de roep om effectief klimaatbeleid luider.

 

Zorgen om klimaatverandering onveranderd

Ondanks al deze gebeurtenissen is het gevoel van urgentie over klimaatverandering bijna niet toegenomen. In 2019 – toen Ipsos een vergelijkbaar onderzoek uitvoerde – vond een meerderheid van 62% van alle Nederlanders de opwarming van de aarde problematisch. Dat is nu licht gestegen, naar 69%. Bijna zes op de tien Nederlanders (59%) maken zich op dit moment zorgen over de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland. Die groep is niet significant groter geworden ten opzichte van 2019, toen 55% zich zorgen maakte. Wat wel veranderd is, is het sentiment ten opzichte van het debat over klimaatverandering. Was er in 2019 nog verdeeldheid over de vraag of het debat in Nederland overdreven is, nu zegt bijna de helft (48%) dat het debat niet overdreven is, terwijl een kwart (26%) dat wel vindt.

 

Eigen bijdrage

Een grote meerderheid (75%) van de Nederlandse bevolking zegt het belangrijk te vinden om persoonlijk een bijdrage te leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Maar als het gaat om maatregelen die geld kosten, is er maar een kleine groep (33%) die bereid is om er zelf geld voor uit te trekken. Nederlanders kiezen met name voor de gedragsaanpassingen die geen (grote) eigen investering vereisen, zoals bijvoorbeeld het zuiniger omgaan met energie (68%), het gebruik van de fiets in plaats van de auto (56%) en het proberen tegen te gaan van voedselverspilling (59%). De(relatief) kleine groep burgers (15%) die zegt zelf niks doen om een bijdrage te leveren, heeft het idee dat een individuele bijdrage geen verschil maakt (32%) en/of dat het te veel geld kost (31%). Ook zegt bijna een kwart van deze groep (23%) dat ze er te weinig kennis over hebben.

 

Burgers verlangen actievere rol overheid

Veel Nederlanders kijken naar de overheid wanneer het gaat om maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Ruim vier op de tien (43%) Nederlanders vinden dat de Nederlandse overheid op dit moment te weinig aandacht besteedt aan de aanpak van klimaatverandering. Met name jongeren (18-34 jaar) vinden dat de overheid meer aandacht aan het klimaat moet besteden (51%). Er heerst teleurstelling over het klimaatbeleid van het huidige demissionaire kabinet Rutte III: de helft (51%) van alle Nederlanders vindt dat Rutte III te weinig heeft gedaan om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Tegelijkertijd zijn veel burgers niet bereid om mee te betalen aan de kosten van ambitieuzer klimaatbeleid. De helft (54%) wil niet dat de belasting verhoogd wordt om het klimaatbeleid te betalen. Het verminderen van CO2 uitstoot door bedrijven (79%) en het stimuleren van elektrisch rijden door de overheid (50%) kunnen op relatief veel draagvlak rekenen. Maar maatregelen die burgers mogelijk zelf geld kunnen kosten, zoals een vleestaks (22%), zijn veel minder populair. Ook het dwingen van huiseigenaren om van het gas af te gaan heeft weinig steun (17%). Opvallend is dat de introductie van een vliegtaks op relatief veel steun kan rekenen (45%). Nederlanders over klimaatverandering Ipsos / NOS – Nederlanders over klimaatverandering – Belangrijkste resultaten Ipsos 2021 3

 

Verdeeldheid over de landbouwsector

Nederlanders zijn verdeeld over het inkrimpen van de veestapel om de uitstoot van stikstof terug te dringen: 32% vindt dit een goed idee, terwijl 35% tegen is. Opinies over dit vraagstuk volgen grotendeels de klassieke links-rechts tegenstelling: linkse kiezers willen de veestapel inkrimpen terwijl rechtse kiezers dat niet zien zitten. Wanneer het gaat om het gedwongen onteigenen van boeren zijn Nederlanders eensgezinder: dit gaat veel burgers te ver. Ruim de helft van alle Nederlanders is tegen het verplicht uitkopen van boeren door de overheid, een vijfde is voor. Ook voor een deel van de linkse kiezers gaat dit te ver.

 

Het volgende kabinet

Op dit moment zijn de partijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie aan het onderhandelen over de formatie van een nieuw kabinet. Slechts ongeveer een kwart van alle Nederlanders heeft er vertrouwen in dat het volgende kabinet genoeg zal doen om klimaatverandering tegen te gaan; drie op de tien (31%) hebben hier geen vertrouwen in. Wanneer we kijken naar de kiezers van de vier onderhandelende partijen, dan ontstaat een gemengd beeld. VVD kiezers zijn het meest positief (47% heeft vertrouwen in de klimaataanpak van het volgende kabinet) terwijl de achterbannen van CDA en D66 verdeeld zijn. Opvallend is dat de kiezers van de ChristenUnie sceptisch zijn: 42% van hen zegt geen vertrouwen in het klimaatbeleid van het komende kabinet te hebben. Linkse kiezers, met uitzondering van SP-kiezers, vinden dat het klimaat het belangrijkste thema voor het volgende kabinet moet worden. Een meerderheid van de rechtse kiezers is het hier niet mee eens. Ruim de helft (54%) van alle Nederlanders vindt wel dat er een minister van klimaat moet komen. Onder vrijwel alle kiezersgroepen is er steun voor dit idee, maar kiezers van Forum voor Democratie (43%) en de PVV (42%) zijn kritisch.

 

De internationale context

Ruim de helft (56%) van alle Nederlanders vindt dat de invloed van Nederland op de wereldwijde klimaatverandering klein is. Nog eens vier op de tien (40%) vinden dat Nederland niet voorop hoeft te lopen in vergelijking met andere landen op het gebied van klimaatpolitiek. We zien hier duidelijke verschillen tussen ouderen en jongeren. Zo is het aandeel jongeren dat vindt dat Nederland internationaal wel voorop moet lopen met klimaatbeleid ongeveer twee keer zo groot als onder ouderen (43% versus 21%). Tussen 31 oktober en 12 november is de Klimaatconferentie van Glasgow, een conferentie van de Verenigde Naties waarin de klimaatdoelen van het Parijsakkoord worden besproken. Een grote meerderheid (69%) vindt het een goede zaak dat er internationaal overleg is over het behalen van de klimaatdoelen. Wel is men sceptisch over de uitkomst van deze conferentie: slechts 11% heeft er vertrouwen in dat er concrete acties uit zullen volgen om de klimaatdoelen te behalen.

 

Eerder onderzoek

Op sommige plekken in dit rapport wordt een vergelijk gemaakt met februari 2019. Deze gegevens komen uit het Klimaatonderzoek van Ipsos in opdracht van De Telegraaf. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen 22 februari en 25 februari 2019 onder een representatieve steekproef van stemgerechtigde Nederlanders (n=1.026). Meer informatie over dit onderzoek is hier te vinden.

 

Dit onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd door Ipsos in opdracht van de NOS tussen 14 oktober 2021 en 18 oktober 2021. De onderzoeksverantwoording is terug te vinden op pagina 22 van dit rapport.

Meer inzichten over Energie & Milieu