Politieke barometer week 11

Tweede Kamerverkiezingen 2021: onze slotpeiling

The author(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs
Get in touch

Klik hier voor de peiling in detail.

Dit is de slotpeiling van Ipsos voor de Tweede Kamerverkiezingen 2021. Het veldwerk is gestart op maandagochtend 15 maart en eindigde dinsdagochtend op 16 maart, om 10.00 uur. De uitslag, uitgedrukt in zetels, is als volgt.

De VVD komt uit op 35 zetels, 4 zetels minder dan in onze peiling een week geleden. Dan 3 partijen die elkaar niet veel ontlopen: PVV (19), D66 (19) en CDA (17 zetels). Bij deze partijen valt vooral de stijging voor D66 op, een plus van 5 zetels in vergelijking met vorige week. De linkse oppositiepartijen ontlopen elkaar ook niet veel: de PvdA, de SP en GroenLinks staan alle op 11 zetels. Een derde groep partijen wordt gevormd door de ChristenUnie (6), de Partij voor de Dieren (ook 6) en Forum voor Democratie (5 zetels). Tot slot de kleine partijen: de SGP staat op 3 zetels, DENK op 2 zetels, en 50PLUS haalt op dit moment volgens onze peiling geen zetel in de Tweede Kamer. Dan de nieuwe partijen: JA21 en Volt staan beide op 2 zetels. We noteren 2.5% onder de noemer ‘andere partijen’, daarvan gaat 1% naar de partij BBB die daarmee een zetel zou halen. De overige 1.5% wordt verdeeld onder de partijen BIJ1, Code Oranje en de Piratenpartij. Zij halen geen zetel.

Onze cijfers worden ook gepubliceerd door EenVandaag in 'De Peiling'.

Je kunt ons ook op Twitter volgen via twitter.com/Politieke_B.

Deze Ipsos Politieke Barometer is gebaseerd op online onderzoek onder een representatieve steekproef van 2.552 stemgerechtigde Nederlanders. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2017), zijn door middel van een weging gecorrigeerd. De gegevens zijn verzameld van maandagochtend 15 maart tot en met dinsdagochtend 16 maart 2021.

Hoe nauwkeurig zijn de cijfers?
De zetels in deze peiling zijn gebaseerd op een steekproef, waardoor we rekening moeten houden met statistische marges. Bij de steekproeven die per peiling worden gebruikt, zijn die marges gemiddeld bij de kleine partijen rond de 1% en bij de grootste partijen rond de 2%. Bij middelgrote partijen zijn de marges gemiddeld ongeveer 1.5%. Deze marges zeggen alleen iets over de nauwkeurigheid van het meten van de politieke voorkeur in het electoraat voor de verkiezingen. Nog steeds kunnen er verschuivingen optreden die tot afwijkingen leiden die buiten de marges vallen, bijvoorbeeld omdat kiezers op het moment van peilen nog steeds twijfelen of door campagne-activiteiten op de laatste dagen. Het effect van restzetels in een (naar het zich laat aanzien) versplinterd politiek landschap vergroot de onzekerheid bij het vertalen van de percentages naar een zetelverdeling.

Let op: een peiling is geen voorspelling
De verhoudingen zoals gepresenteerd op deze pagina zijn gebaseerd op de huidige partijvoorkeur van kiezers. Het is dus geen voorspelling van de verkiezingsuitslag. We weten uit ervaring dat er tot op de laatste dag nog zetels kunnen verschuiven. Dit is goed te zien wanneer we naar de stemzekerheid van kiezers kijken. Een week geleden, bij onze meting op 8 en 9 maart, zei de helft van de mensen die ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ gaan stemmen bij de verkiezingen dat ze al een sterke voorkeur hebben voor een partij. De andere helft twijfelde toen nog, in meer of mindere mate, tussen verschillende partijen.

Reden genoeg om aan te nemen dat er nog van alles kan veranderen. Op dinsdagavond is er nog een slotdebat. De media berichten op dinsdag en op woensdag ook nog over de laatste campagneactiviteiten. Dit kan impact hebben op de vraag of – en op welke partij – kiezers zullen stemmen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 zei 13% van de kiezers pas op de verkiezingsdag zelf nog een keuze te hebben gemaakt.

De coronacrisis maakt dat deze verkiezingen extra lastig in te schatten zijn. De opkomst is een onzekere factor, het kan zijn dat bepaalde groepen kiezers – vanwege de pandemie – eerder geneigd zijn om niet te gaan stemmen. Het kan ook zijn dat er juist groepen kiezers zijn die meer geneigd zullen zijn om te gaan stemmen, bijvoorbeeld uit onvrede met de coronamaatregelen. Tegelijkertijd zijn er extra voorzorgsmaatregelen getroffen in de stembureaus, zijn de verkiezingen uitgesmeerd over drie dagen, en is het aantal volmachtstemmen uitgebreid. De effecten daarvan op de opkomst zijn moeilijk van tevoren in te schatten. Ook het briefstemmen, waartoe alle 70-plussers de mogelijkheid hebben, is nieuw bij deze verkiezingen. Het unieke karakter van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 maakt, kortom, dat er relatief veel onzekere factoren zijn.

This is Ipsos’ final pre-election poll for the 2021 Dutch general election. Fieldwork for this poll started on Monday, March 15 and was finished on Tuesday, March 16 at 10.00 am. This poll is based on an online study among a representative random sample of 2,552 Dutch people entitled to vote. The data was weighted so that it matches the profile of the Dutch population entitled to vote on the variables age, gender, education, region, employment status and vote choice at the last national election (2017).

How accurate are the figures?
Because the numbers of seats we publish are based on random samples, statistical margins should be taken into account accordingly. Given the size of the samples used in the separate polls, the average margins are +/- 1% for the smaller parties and +/- 2% for the largest parties. For medium-sized parties, the average margins are approximately +/- 1.5%. These margins only tell us something about the current party preferences of the electorate, deviations between our results and the election outcome that our outside of the margins may still occur as a result of late deciders in the electorate and campaign events in the last days. Due to the highly fragmented nature of the Dutch political landscape, the translation of vote shares into a distribution of seats might lead to increased uncertainty.

A poll is not a prediction
We emphasized that our poll should not be seen as a prediction. Our poll reflects today’s voter preferences. Still, a lot might change. A week ago, only about half of Dutch voters who said that they were definitely or most probably would turn out to vote, said they were sure what party to vote for. The other half is still unsure about their vote choice. In addition, we know from previous elections that a lot of voters make up their mind at the last moment. In 2017, our data indicated that 13% of voters decided on election day what party to vote for.

The corona crisis adds to the uncertainty of our poll. At this moment, it is difficult to estimate the effects of the corona crisis on turnout. The election process is different from other elections, with elderly (70+) allowed to vote by mail, early voting on Monday and Tuesday and increased possibilities for proxy voting.

The author(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs

Society