Focus op daderprofielen onvoldoende voor effectieve aanpak geweld tegen hulpverleners
Het doel van dit onderzoek was om inzicht te geven in de kenmerken en motieven van verdachten en daders van agressie en geweld tegen hulpverleners. Het gaat daarbij om agressie tegen de beroepsgroepen politie, buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) openbare ruimte, brandweer en ambulance. In het onderzoek is ook gekeken naar het verloop van agressie- en geweldsincidenten.
Kenmerken en motieven van verdachten/daders
Ten opzichte van de Nederlandse bevolking zijn mannen tussen 18 en 29 jaar sterk oververtegenwoordigd in de groep verdachten/daders. Incidenten met 50-plussers komen minder vaak voor. De sociaaleconomische positie van verdachten/daders is meestal kwetsbaar. Ongeveer 30 procent van de groep is in de afgelopen vijf jaar geregistreerd vanwege zogeheten onbegrepen gedrag. De motieven voor agressie en geweld lopen uiteen, maar expressief of emotioneel geweld (zoals frustratie, machteloosheid en ervaren onrecht) komen vaak voor. De groep verdachten/daders heeft verder echter diverse en wisselende kenmerken, achtergronden en motieven. Daarom is het niet mogelijk om eenduidige daderprofielen te onderscheiden. Daarbij is het voor het begrijpen van agressie en geweld richting hulpverleners van belang te kijken naar de samenhang met personen (zowel verdachte als slachtoffer), gedrag en context.
Kenmerken en verloop van agressie- en geweldsincidenten
De meeste incidenten tegen hulpverleners vinden plaats in de openbare ruimte en ze concentreren zich in stedelijke gebieden, vooral Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De kans op agressie en geweld is groter in de avond/nacht en in het weekend. Vooral rond oud en nieuw ligt het aantal incidenten relatief hoog. Er zijn geen algemene triggers voor escalatie. Deze hangen af van de achtergrond van de verdachte/dader, de situatie rondom een incident en de interactie met de hulpverlener(s). Een escalatie kan ook volgen in reactie op handhavend optreden door politie en boa’s.
Implicaties voor aanpak geweld tegen hulpverleners
Voor een effectieve aanpak is het dus onvoldoende om enkel de focus te leggen op daderprofielen. Het onderzoek laat zien dat agressie en geweld tegen hulpverleners voortkomt uit een combinatie van persoonlijke en situationele factoren. Dat betekent dat het essentieel is om mogelijke triggers te herkennen, risicobewust en situatiebewust op te treden en passend te communiceren. Dat werkt preventief en de-escalerend. Situatiegerichte periodieke trainingen zijn daarbij belangrijk, met aandacht voor hoe hulpverleners de-escalerend kunnen optreden. Daarnaast is samenwerking met ondersteunende partijen van belang. Bijvoorbeeld wanneer de politie bijstand kan verlenen bij agressie tegen boa’s, brandweer en ambulance.
Op basis van eerdere onderzoeken is al veel inzicht verkregen in de aard en omvang van agressie en geweld tegen hulpverleners. Tegelijkertijd vraagt het verbeteren van de aanpak ervan naast kennis ook gerichte actie. Het is dan ook van belang dat overheid, werkgevers en hulpverleners zich samen inzetten om de verworven kennis beter te benutten in de praktijk.
Onderzoeksverantwoording
De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden. DSP-groep verrichtte literatuuronderzoek, voerde vier expertinterviews uit en hield focusgroepen met politie, boa’s, brandweer- en ambulancemedewerkers die direct of indirect ervaring hadden met agressie en geweld. Ook zijn twee advocaten bevraagd om het perspectief van verdachten/daders in het onderzoek te betrekken. Ipsos I&O voerde een analyse uit op een dataset van incidenten van agressie en geweld tegen hulpverleners die bij de politie zijn geregistreerd. Deze dataset is gekoppeld aan CBS-microdata om meer inzicht te krijgen in de sociaaldemografische, sociaaleconomische en andere achtergrondkenmerken van verdachten/daders. De uitkomsten van de analyses zijn met twee experts op het gebied van politiedata geduid en gevalideerd.