Peiling: vertrouwen mogelijke premiers | Wenselijkheid kabinetsvorm
In de maart-editie van de Ipsos Maatschappelijke Barometer (uitgevoerd tussen 22 en 26 maart 2024) | Ondanks het afzien van het premierschap, wordt Wilders nog steeds het meest vertrouwd als mogelijke minister-president • Verdeeldheid onder Nederlanders of Geert Wilders als leider van de grootste partij premier had moeten worden • Helft van Nederlanders vindt het wenselijk als PVV, VVD, BBB en NSC erin slagen een regering te vormen
Een derde van de Nederlanders heeft vertrouwen in Geert Wilders als mogelijke premier
Nadat Geert Wilders zich terugtrok als de mogelijke volgende premier vanwege gebrek aan steun van de formerende partijen, is het nog onduidelijk wie deze functie wél gaat bekleden. Ook Nederlanders zien niet direct een logische opvolger van Mark Rutte, maar één op de drie Nederlanders (31%) heeft een (zeer) groot vertrouwen in Geert Wilders als mogelijke premier. Het vertrouwen in de lijsttrekkers van de andere formerende partijen ligt lager, met ongeveer één op de vijf Nederlanders die vertrouwen heeft in Van der Plas (18%), Omtzigt (17%) en Yesilgöz (16%) als (mogelijke) toekomstige premiers. Ook andere genoemde namen zoals voormalig formateur Kim Putters (21%) en Mona Keijzer (13%) oogsten nog niet veel vertrouwen voor het volgende premierschap.

Enkel onder PVV’ers heeft een ruime meerderheid (78%) (zeer) veel vertrouwen in hun eigen lijsttrekker als (mogelijk) minister-president. Onder NSC’ers hebben zes op de tien Nederlanders (63%) veel vertrouwen in Omtzigt als (mogelijke) minister-president, terwijl voor BBB-aanhangers iets meer dan de helft (57%) (zeer) veel vertrouwen heeft in Van der Plas voor dezelfde rol. 33% van de BBB’ers heeft dit vertrouwen in Mona Keijzer. Van de VVD’ers heeft de helft van de achterban (50%) (zeer) veel vertrouwen in Yesilgöz als (mogelijke) minister-president.
Wilders had als leider van de grootste partij volgens vier op de tien Nederlanders premier moeten worden
Hoewel het gebruikelijk is dat de politieke partij met de meeste zetels na Tweede Kamerverkiezingen de minister-president levert, kan het (voorlopige) terugtreden van Geert Wilders als mogelijke premier er nu toe leiden dat de volgende premier afkomstig zal zijn uit een andere partij met minder zetels dan de PVV. Desondanks vinden vier op de tien Nederlanders (37%) dat hij - als leider van de grootste partij - premier zou moeten worden. Aan de andere kant vindt een even groot percentage (37%) van de Nederlanders dat dit niet zou hoeven gebeuren.
Logischerwijs zijn PVV’ers het er het vaakst over eens dat Geert Wilders premier had moeten worden (74%). Naast PVV’ers, vindt ook de helft van de BBB’ers (54%) dat Geert Wilders premier had moeten worden. Een kwart van het BBB-electoraat (26%) is het hier echter mee oneens. Onder aanhangers van de andere partijen is er geen meerderheid die vindt dat Wilders, als leider van de grootste partij, de premier had moeten worden. Dat geldt ook voor de twee andere partijen die op dit moment met de PVV aan het onderhandelen zijn: slechts een kwart van de VVD’ers (27%) en één op de vijf NSC’ers (20%) vindt dat Geert Wilders de volgende premier zou moeten worden.

Bijna de helft van de Nederlanders zou slagen van kabinet tussen PVV, VVD, NSC en BBB wenselijk vinden, verdeeldheid over extraparlementaire vorm
Onder leiding van de nieuwe informateurs Dijkgraaf en Van Zwol gaan de onderhandelingen tussen PVV, VVD, NSC en BBB gestaag door. Maar zitten Nederlanders eigenlijk wel te wachten op een kabinet bestaande uit deze vier partijen? De Maatschappelijke Barometer van maart laat zien dat bijna de helft van de Nederlanders (46%) het (zeer) wenselijk zouden vinden als de vier partijen erin slagen een regering te vormen, tegenover één op de vijf Nederlanders (20%) die dit een onwenselijke situatie zou vinden.
Kijkend naar de verschillende partijen, is het niet verrassend dat vooral de aanhangers van de PVV (75%), VVD (68%), BBB (66%) en in mindere mate NSC (55%) het (zeer) wenselijk vinden als deze partijen een kabinet zouden vormen.
Onder aanhangers van de Partij voor de Dieren en GroenLinks-PvdA is de weerstand voor een kabinet bestaande uit deze vier partijen het grootst: ongeveer de helft van hen (respectievelijk 45% en 56%) geeft aan dit een (zeer) onwenselijke situatie te vinden, tegenover slechts één op de tien (respectievelijk 14% en 10%) die dit (zeer) wenselijk zou vinden.
Niet alleen over de toekomstige coalitie, maar ook over de vorm van het volgende kabinet is verdeeldheid. Een 'extraparlementair kabinet' is een term die vaak wordt genoemd, maar weten Nederlanders wat dit betekent? Slechts één op de tien Nederlanders (10%) zegt precies te weten wat het betekent, terwijl bijna de helft (45%) ongeveer weet wat dit type kabinet inhoudt. Daarnaast geeft ook 45% aan geen idee te hebben wat deze term betekent.

Onder de Nederlanders die weten wat deze term (ongeveer) inhoudt, is er geen consensus over de wenselijkheid van zo'n kabinetsvorm. Slechts een kwart (24%) beschouwt dit als een (zeer) wenselijke vorm, terwijl een vergelijkbaar percentage (22%) dit (zeer) onwenselijk vindt. De helft van deze groep Nederlanders (54%) is hier neutraal over of weet niet wat hun standpunt is.
Onderzoeksverantwoording
De data zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking (n=1.016) tussen 22 en 26 maart. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2023) zijn door middel van een weging gecorrigeerd.
Meer informatie
Deze peiling is onderdeel van de maandelijks terugkerende Maatschappelijke Barometer.
Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sander Nieuwkerk ([email protected]).
Meer inzichten over Publieke Sector