Wereldvluchtelingendag 2021

Rondom Wereldvluchtelingendag 2021 presenteert Ipsos de resulaten van nieuw wereldwijd onderzoek. Dit is hoe de wereld denkt over vluchtelingen.

Vluchtelingenkamp_Griekenland

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Een ruime meerderheid van alle Nederlanders vindt dat mensen die vluchten voor oorlog en vervolging welkom moeten zijn in Nederland, maar slechts weinigen willen ook echt dat Nederland daadwerkelijk meer vluchtelingen opneemt. 

 

Nieuw onderzoek van Ipsos in de aanloop naar Wereldvluchtelingendag (20 juni 2021) schetst een gemengd beeld wanneer het gaat om houdingen ten aanzien van vluchtelingen. Enerzijds is er brede steun voor het idee dat zij die vluchten voor oorlog en vervolging welkom moeten kunnen zijn in Nederland. Anderzijds is er in de praktijk maar een zeer beperkt draagvlak voor het opnemen van extra vluchtelingen. Er heerst ook veel scepsis over de motieven van vluchtelingen, en er is weinig steun voor het verhogen van overheidsuitgaven om vluchtelingen te helpen. 

Het onderzoek is uitgevoerd onder meer dan 19.000 burgers in 28 landen. Het volledige rapport is hier in te zien. Dit zijn de belangrijkste resultaten voor Nederland: 

  • Steun voor het principe van het opvangen van vluchtelingen. Een ruime meerderheid van 78% van alle Nederlanders onderschrijft het principe dat mensen die vluchten voor oorlog en vervolging welkom zijn in Nederland. 
  • Weinig draagvlak voor het opvangen van meer vluchtelingen.  Slechts 11% van alle Nederlanders vindt dat we na de coronacrisis meer vluchtelingen moeten opnemen dan voorheen. En Nederlanders zijn verdeeld over de vraag of er op dit moment de grenzen moeten worden gesloten voor vluchtelingen: vier op de tien Nederlanders (42%) vinden dat de grenzen dicht moeten, een iets grotere groep (52%) vindt van niet.
  • Scepsis over de motieven van vluchtelingen. Ongeveer de helft van alle Nederlanders (56%) toont zich sceptisch over de motieven van vluchtelingen, en denkt dat de meeste vluchtelingen uit economische overwegingen naar Nederland komen; één op de drie (36%) denkt dat dit niet het geval is. 
  • Verdeeldheid over integratie. De data weerspiegelen ook de maatschappelijke polarisatie rond het thema ‘integratie’: grofweg de ene helft van de bevolking denkt dat de meeste vluchtelingen succesvol kunnen integreren in de Nederlandse samenleving (43%), de andere helft denkt dat dit niet gaat lukken (49%). 
  • Vrijwel geen steun voor verhogen overheidsuitgaven. Bijna de helft van alle Nederlanders (47%) zegt dat de overheid na de coronacrisis niet meer, maar ook niet minder moet gaan uitgaven om vluchtelingen wereldwijd te helpen. Een kwart (26%) vindt dat we minder moeten gaan uitgaven; slechts één op de tien (11%) zegt dat we het budget dat we besteden aan vluchtelingen moeten opschroeven. 

Sjoerd van Heck, Research Manager Ipsos Public Affairs:'Dit onderzoek laat de ambivalente houding van Nederlanders zien als het gaat om vraagstukken rondom migratie. Het algemene principe dat mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld in Nederland moeten kunnen aankloppen vindt brede steun. Nederland is op dit gebied een van de meer progressieve landen. Tegelijkertijd vinden veel Nederlanders dat we niet meer vluchtelingen moeten opnemen, en een vrij grote groep (bijna vier op de tien) vindt zelfs dat we minder open moeten zijn ten aanzien van vluchtelingen. Ook is er wijdverspreide scepsis over de motieven van vluchtelingen. Het helpt daarbij niet dat in het debat over migratie de termen vluchteling en migrant vaak als zijnde inwisselbaar worden gebruikt.'

 

Onderzoeksverantwoording

  • Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos onder een steekproef van 19.510 burgers in 28 landen tussen 21 mei en 4 juni 2021. 
  • In de Verenigde Staten, Canada, Maleisië, Zuid-Afrika en Turkije zijn burgers in de leeftijdscategorie tussen de 18 en 74 jaar ondervraagd. In de overige 23 landen waren de ondervraagden tussen de 16 en 74 jaar oud. 
  • In ieder land zijn circa 1.000 burgers ondervraagd, met uitzondering van Argentinië, Chili, Colombia, Hongarije, India, Maleisië, Mexico, Nederland, Peru, Polen, Rusland, Saudi-Arabië, Turkije, Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Zweden waar circa 500 burgers per land hebben meegedaan aan het onderzoek.  
  • In 16 van de 28 landen (Argentinië, Australië, België, Canada, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Japan, Nederland, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Zweden) zijn de steekproeven nationaal representatief.
  • In Brazilië, China, Chili, Colombia, India, Maleisië, Mexico, Peru, Rusland, Saudi-Arabië, Turkije en Zuid-Afrika zijn de steekproeven representatief voor wat ook wel het ‘connected’ segment van de samenleving wordt genoemd. Dit zijn burgers die, in vergelijking met de gemiddelde burger in de desbetreffende landen, hoger zijn opgeleid, een hoger inkomen hebben en vaker in een urbane omgeving leven. 
  • Wanneer de resultaten niet optellen tot 100 kan dit komen door afronding, de mogelijkheid om meerdere antwoordcategorieën te selecteren, of het weglaten van de antwoordcategorie ‘weet ik niet’ of ‘neutraal’. 
  • De foutmarge bedraagt circa 3.5% bij een steekproefgrootte van 1.000 respondenten en circa 5% bij een steekproefgrootte van 500 respondenten. 
  • Er zijn weegcorrecties op de data toegepast zodat de steekproeven het demografische profiel van de bevolkingen in de verschillende landen weerspiegelen.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands

Meer inzichten over Publieke Sector