De inhoud én de poppetjes

Weten Nederlanders wie hun politieke vertegenwoordigers zijn? En hoe tevreden zijn burgers over het functioneren van politici? Ipsos onderzocht de bekendheid van en de waardering voor politici over de afgelopen 7 maanden.

De inhoud én de poppetjes

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs
Get in touch

Niet verrassend: Nederlanders kennen vooral de politici die sterk op de voorgrond treden bij naam, zoals Rutte en Wilders. Maar hun collega’s zijn veel minder bekend. De rapportcijfers voor de politici zijn op z’n best net voldoende.

'Personalisering’ van de politiek

Het is een veelgehoorde klacht: in de politiek draait het alleen nog maar om de poppetjes. De ‘personalisering’ van de politiek, het idee dat politieke leiders belangrijker worden en meer aandacht krijgen ten koste van de bekendheid van partijen. Verpersoonlijking wordt vaak gezien als dé politieke trend van de laatste decennia. Toenemend belang van media-optredens, zowel via oude (televisie) als nieuwe media (twitter), speelt hier een grote rol bij. In de academische literatuur, overigens, is de consensus dat het wel meevalt met die toenemende belangrijkheid van personen in de politiek (zie bijvoorbeeld hier en hier).

In Nederland kent bijna iedereen Minister-President Mark Rutte (VVD) en Geert Wilders (PVV), maar hun collega’s zijn veel minder bekend, vooral de ministers. Slechts één op de vijf Nederlanders heeft bijvoorbeeld van Bruno Bruins (Minister voor Medische Zorg en Sport) en Ingrid van Engelshoven (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) gehoord.

Fractieleiders over het algemeen wél bekend

Hoewel Nederlanders over het algemeen de fractieleiders van de grote partijen wel kennen, is die bekendheid bij kleinere partijen een stuk lager. Ongeveer de helft van de Nederlandse kiezers kent de leider van DENK (Tunahan Kuzu) van naam. Opvallend is ook dat bij ‘slechts’ 63% van de kiezers een belletje gaat rinkelen bij het horen van de naam Klaas Dijkhoff – maar de leider van de VVD is een relatieve nieuwkomer (hij is sinds oktober 2017 fractievoorzitter). Overigens zijn Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Kees van der Staaij (SGP) minder bekend dan Dijkhoff.

(klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

fractlieleiders zijn bekend

Bekendheid ministers opvallend laag
De bekendheid van de ministers ligt een stuk lager dan die van de fractievoorzitters, en dat geldt niet alleen voor Bruins en Engelshoven. Gemiddeld kennen burgers 6 ministers, ten opzichte van 9 fractievoorzitters. En 10% van de Nederlanders kent geen enkele bewindspersoon van naam, terwijl maar 5% geen enkele partijleider kent. Voor alle ministers, behalve Rutte, geldt bovendien dat slechts ongeveer de helft van het electoraat, of nog minder, ze van naam kent.

(klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Bekendheid ministers laag

Kritisch over functioneren van politici
Dan de rapportcijfers. De cijfers voor de fractievoorzitters schommelen tussen de 6 en de 5, met negatieve uitschieters voor Thierry Baudet (Forum voor Democratie, 4.5), Geert Wilders (PVV, 4.3) en Tunahan Kuzu (DENK, 2.6). Opvallend is dat de standaarddeviatie (de gemiddelde afwijking van het gemiddelde, niet weergegeven in de grafiek) voor deze politici hoger is dan voor anderen, wat erop duidt dat zij meer extreme beoordelingen krijgen (dus vaker een hoog of laag rapportcijfer).

(klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Kritisch over functioneren

Constante beoordeling
De beoordelingen voor de bewindspersonen uit het kabinet, ten slotte, liggen tussen de 6.3 (voor Hugo de Jonge, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Carola Schouten, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en de 5.3 (voor Sander Dekker, Minister voor Rechtsbescherming). We hebben deze vraag maandelijks gesteld tussen december 2017 en juni 2018, en zien bij de meeste politici een grote mate van constantheid. Zo schommelt de beoordeling voor Premier Mark Rutte in de 7 maanden tussen een 5.6 en een 5.3. Bij sommige politici is wel een trend in de waardering voor het functioneren zichtbaar. Alexander Pechtold (D66) wordt de laatste tijd geplaagd door schandaaltjes en zijn cijfer daalt van een 5.6 eind 2017 naar een 5.1 in onze laatste meting.

(klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Costante beoordeling

Politieke kleur speelt grote rol bij waardering van politici
Het is niet verrassend, maar bij de beoordeling van zowel de fractievoorzitters als de bewindspersonen doet politieke kleur ertoe: aanhangers van politieke partijen geven ‘hun’ politici een hoger rapportcijfer dan de gemiddelde Nederlander. Dit verschil is met name groot bij Geert Wilders (PVV), Thierry Baudet (Forum voor Democratie), Kees van der Staaij (SGP) en Tunahan Kuzu (DENK).
Kortom: het functioneren van de ‘poppetjes’ is niet los te zien van politieke voorkeur. De inhoud én de poppetjes doen ertoe.

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck (sjoerd.vanheck@ipsos.com).

Eerdere artikelen in deze serie

 

Onderzoeksverantwoording
Deze gegevens zijn gebaseerd op 8 verschillende onlineonderzoeken tussen december 2017 en juni 2018 onder representatieve steekproeven van stemgerechtigde Nederlanders.
Voor iedere meting zijn ongeveer 1.000 Nederlanders geselecteerd. Het totale aantal observaties is 8.694. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproeven en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen 2017) zijn door middel van een weging gecorrigeerd. In de grafieken worden de statistische marges aan de hand van een 95% betrouwbaarheidsinterval getoond.
De veldwerkperiodes waren: meting 1: 1-4 dec. 2017, meting 2: 22-25 dec. 2017, meting 3: 26-29 jan. 2018, meting 4: 23-26 feb. 2018, meting 5: 16-19 maart 2018, meting 6: 20-23 april 2018, meting 7: 25-28 mei 2018, meting 8: 22-25 juni 2018.
Stef Blok (Minister van Buitenlandse Zaken) is weggelaten omdat hij pas sinds maart 2018 benoemd is als minister, als opvolger van de opgestapte Halbe Zijlstra. In onze laatste meting (juni 2018) zegt 62% van de ondervraagden Stef Blok te kennen, en zijn functioneren wordt met het gemiddelde rapportcijfer 6.0 beoordeeld.
Het rapportcijfer voor Tunahan Kuzu (DENK) onder de eigen aanhang (8.1) is indicatief vanwege de lage basis. Dit wordt in de grafiek duidelijk doordat de statistische marge groter is dan bij de andere politici.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs