Laag draagvlak monarchie: ‘nieuw normaal’ na coronacrisis

In de jaarlijkse Koningsdagenquête onderzoekt Ipsos I&O voor de NOS hoe Nederlanders aankijken tegen de koning, het koningshuis en de monarchie.

Schrijver(s)
  • Sander Nieuwkerk Ipsos I&O Publiek
  • Maren Hekkema Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Ieder jaar voert Ipsos I&O, in opdracht van de NOS, een opinieonderzoek uit waarin we de Nederlandse bevolking naar hun mening over de koning, het koningshuis en de monarchie vragen. In het Koningsdagonderzoek 2024 staan we daarnaast stil bij hoe Nederlanders denken over de kosten van de monarchie. Vindt men bijvoorbeeld dat de Oranjes belasting moeten betalen over hun inkomen? Ook vragen we Nederlanders naar de rol van de prinsessen bij het imago over de monarchie. Wat doet het met het imago als ze meer betrokken worden bij publieke taken?

 

Lager draagvlak Oranjes na coronacrisis blijkt structureel

Voor het vierde jaar op rij is de steun voor de monarchie stabiel. Dat betekent dat de monarchie als staatsvorm nog steeds op steun van een meerderheid van alle Nederlanders kan rekenen. Tegelijkertijd is die steun niet meer op het niveau van voor de coronacrisis. Het lijkt erop dat het draagvlak voor de monarchie door de affaires rondom het koningshuis in de coronacrisis blijvende schade heeft opgelopen. De steun voor de monarchie is niet meer op het niveau van voor de coronacrisis (74% voor de monarchie in 2020, nu 57%). De tevredenheid over de koning (77% voor de monarchie in 2020, nu 44%) en het vertrouwen in de koning (76% voor de monarchie in 2020, nu 44%) zijn sinds de coronacrisis ook structureel lager. Om het imago van de monarchie te verbeteren, zien Nederlanders mogelijk een rol voor de prinsessen door ze meer te betrekken bij publieke taken. Wel vindt een meerderheid van de Nederlanders Koningsdag een belangrijke traditie.

 

Beoordelingen koning, koningin en kroonprinses stabiel; Máxima best beoordeeld

Nederlanders beoordelen koning Willem-Alexander met een 6,6 vergelijkbaar als in 2023 (6,5). Hiermee is de dalende trend in de beoordeling – die sinds 2020 (toen was het cijfer een 7,7) was ingezet – een halt toegeroepen. Nederlanders blijven echter kritisch over zijn functioneren: 44 procent is (zeer) tevreden over Willem-Alexander, terwijl dit in de jaren voor de coronacrisis (2020 en eerder) rond de 70 procent lag. Datzelfde geldt voor het vertrouwen in de koning; dat is met 44 procent eveneens een stuk lager dan in 2020 (77%) en daarvoor, maar stabiel ten opzichte van 2023. Desondanks vinden Nederlanders de koning nu beter overkomen in de media: vergeleken met 2023 vinden Nederlanders hem minder vaak onwennig. In dat opzicht groeit Willem-Alexander in zijn rol als koning.

Net als het rapportcijfer van de koning, blijft ook het rapportcijfer van Máxima met een 7,3 stabiel. Twee op de drie Nederlanders (64%) zijn tevreden met hoe ze haar rol als koningin uitvoert. Hiermee daalt de tevredenheid niet verder (in 2020 was nog 83 procent tevreden over haar als koningin). Daarnaast is het vertrouwen nagenoeg gelijk gebleven: bijna zes op de tien Nederlanders hebben vertrouwen in Máxima als koningin van Nederland. Met deze waarderingscijfers is Máxima ook in 2024 het best beoordeelde lid van het Koninklijk Huis.

Tot slot kroonprinses Amalia. Met een 7,0 beoordelen Nederlanders haar met een ruime voldoende, waarmee haar beoordeling gelijk is gebleven aan 2023. Nederlanders geven aan dat ze intelligent overkomt en dat ze vertrouwen hebben in haar als opvolger van de koning. Haar privéleven is volgens zeven op de tien Nederlanders (nog) niet nieuwswaardig.

 

Bijna zes op tien voorstander monarchie Meerderheid vindt Koningsdag belangrijke traditie

Tijdens de coronacrisis is het draagvlak voor de monarchie flink afgenomen. De vraag was wanneer dat zich weer zou herstellen. Dit herstel zien we op korte termijn echter nog niet. De steun voor de monarchie is in een ‘nieuw normaal’ terechtgekomen. In 2020 waren zo’n zeven op de tien Nederlanders voorstander van de monarchie. In 2021 daalde dat aandeel naar 58 procent, en sindsdien is dat stabiel gebleven. Momenteel steunt 57 procent van alle Nederlanders de monarchie.

 

Meerderheid vindt Koningsdag belangrijke traditie

Vorig jaar constateerden we ook dat de steun voor tradities omtrent het koningshuis afnam en meer ter discussie kwam te staan. Zo was er voor het eerst verdeeldheid over de automatische troonopvolging. Die verdeeldheid lijkt af te nemen: het aandeel Nederlanders dat voorstander is van deze traditie (45%), is in 2024 groter dan het aandeel Nederlanders die het niet meer van deze tijd vindt (39%). Ook steun voor het behoud van de troonrede is nu stabiel (41%), na jarenlange daling. Toch geldt ook voor de steun van deze tradities dat die zich niet meer op het niveau van voor de coronacrisis bevindt: In 2020 vond 57 procent van de Nederlanders dat de koning de Troonrede voor moet lezen en 63 procent dat de traditie van automatische troonopvolging door het oudste kind moest blijven bestaan.

 

Vraag naar grotere rol koning bij formatieproces onveranderd

Dan de rol van de monarch in de politiek. Ondanks de al maanden durende formatie is het aandeel Nederlanders dat vindt dat de koning hier een rol in moet spelen niet toegenomen. Net als in 2023 vindt een derde (32%) dat dit zou moeten, het liefst op eenzelfde manier als koning Beatrix het deed.

Nederlanders zijn verdeeld over de vraag of het wenselijk is dat de koning zich uitspreekt over politiek gevoelige kwesties. Tegelijkertijd is het aandeel dat zegt dat de koning dat niet zou moeten doen gegroeid.

 

Republikeinen én monarchisten wensen meer openheid over kosten monarchie

Een veelgehoord argument tegen de monarchie betreft het kostenplaatje. De kosten van instandhouding van de monarchie zouden te hoog zijn, terwijl het koningshuis geen belasting over het inkomen betaalt. Wat het belasten van het inkomen van de Oranjes betreft, zien we dat er breed draagvlak is onder de bevolking. Driekwart van alle Nederlanders (74%) is van mening dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima belasting over hun inkomen moeten betalen. Sowieso willen Nederlanders weten wat voor kosten er zijn aan de monarchie: een ruime meerderheid vindt dat de Oranjes verantwoording af moeten leggen over de eigen kosten (73%) en dat er meer openheid zou moeten zijn over de kosten van de monarchie (71%).

Niet alleen republikeinen – degenen die van het koningshuis af willen – zijn deze mening toegedaan, ook monarchisten vinden dat het koningshuis meer verantwoording af moet leggen over de kosten. Monarchisten en republikeinen verschillen wel in de mate waarin ze zich zorgen over die kosten maken: twee derde van de voorstanders van een republiek (68%) maakt zich druk om de kosten van de monarchie terwijl dat onder voorstanders van de monarchie maar een kwart is (28%).

Ook als het gaat over de officiële viering van Koningsdag wil een krappe meerderheid meer openheid over de kosten. Bovendien vinden vier op de tien Nederlanders die kosten te hoog.

 

Koningsdag moet blijven

Nederlanders zijn – ondanks alle kritische noten – tegen het afschaffen van de officiële viering van Koningsdag (56%). Ze zien het als een belangrijke traditie die Nederlanders verbindt (62%).

 

Onderzoeksverantwoording

Deze uitkomsten zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos I&O onder een representatieve steekproef van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking (n=1.015) tussen 12 en 15 april 2024. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de NOS.

Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2023) zijn door middel van een weging gecorrigeerd. Uitkomsten zijn representatief voor Nederlanders vanaf 18 jaar op deze kenmerken. 

Schrijver(s)
  • Sander Nieuwkerk Ipsos I&O Publiek
  • Maren Hekkema Public Affairs, the Netherlands

Maatschappij