Politiek met Sjoerd - Waarom winnen linkse partijen niet in tijden van inflatie?

Terwijl stijgende prijzen en discussie over de mate van overheidsingrijpen in de economie de boventoon voeren in het maatschappelijke en politieke debat, blijven de linkse partijen vrij vlak presteren in de peilingen. Hoe kan dat? 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Ouderwetse sociaaleconomische vraagstukken over overheidsingrijpen in de economie zijn terug van nooit weggeweest. Na een zomer lang aandringen van de (linkse) oppositie ging het kabinet uiteindelijk overstag en kwam het op Prinsjesdag met een ongekend groot pakket om Nederland door de winter te helpen. Vanaf januari komt er een gedeeltelijk prijsplafond voor de energierekening en al dit jaar komen er directe uitkeringen om huishoudens verlichting te bieden tegen de stijgende prijzen. 

 

Of het genoeg is valt te bezien. Vooralsnog, zo laten onze data zien, blijven de zorgen. Inflatie is op dit moment voor vier op de tien kiezers (39%) het belangrijkste politieke thema, en het laat daarmee onderwerpen als de huizenmarkt (24%), immigratie (eveneens 24%) en de oorlog in Oekraïne (22%) ver achter zich.   

 

Maaltijden overslaan

Iedereen heeft last van inflatie, maar sommigen meer dan anderen. Al in maart van dit jaar waarschuwde het Centraal Planbureau in zijn economische raming voor generieke inschattingen van inflatie: “ramingen van de inflatie verhullen, meer dan anders, de grote verschillen die huishoudens ervaren rond kostenstijgingen”. 

 

Deze inflatie-ongelijkheid laat zich nu duidelijk gelden. Hoewel alle inkomensgroepen in ons onderzoek zeggen hun uitgavenpatroon aan te passen, hebben de huishoudens aan de onderkant van de inkomensverdeling veel vaker moeite met rondkomen. Liefst 64% van alle Nederlanders met een laag inkomen zegt op dit moment lastig te kunnen rondkomen. Meer dan 15% van de groep met een laag inkomen zegt zelfs wel eens maaltijden over te slaan om de prijsstijgingen het hoofd te bieden. 

 

Links succesje

Ontluisterende cijfers, die nog maar eens onderstrepen hoe nijpend de situatie voor sommigen is, en hoe noodzakelijk de energiehulp die de overheid nu biedt. Die hulp kwam er uiteindelijk met brede steun van de Tweede Kamer, nadat de PvdA en GroenLinks al veel langer hadden gepleit voor een prijsplafond. 

 

Dat de coalitie het plan overnam werd gezien als het binnenhalen van een succesje door Kuiken (PvdA) en Klaver (GroenLinks). Maar de beloning van de kiezer blijft vooralsnog uit. De PvdA peilde in januari 10 zetels, en nu 11. Ook andere linkse partijen laten een vrij vlak verloop in onze peilingen zien. GroenLinks begon het jaar op 10 zetels, en staat nu nog steeds op 10 zetels. De Partij voor de Dieren peilde in januari 9 zetels, en nu 10. De SP ging van 7 naar 8. Ook als we BIJ1 en DENK tot de linkse oppositie rekenen verandert het beeld niet.  

 

In een jaar waarin economische onzekerheid, inflatie-ongelijkheid en de wenselijkheid van overheidsingrijpen in de economie centraal staan kan links niet profiteren. 

 

What’s left? 

Er zijn natuurlijk meerdere redenen te noemen voor de onzichtbaarheid van links dit jaar in de peilingen. De gefragmenteerde aard van het politieke – en medialandschap maakt dat de ophefoppositie van Forum voor Democratie (‘rioolratten, reptielen’) meer aandacht trekt dan constructieve oppositie. Ook is links verdeeld: 4 partijen (PvdA, GroenLinks, SP en Partij voor de Dieren) halen samen 39 zetels in onze huidige peiling terwijl VVD en CDA samen al tot 35 komen.

 

Maar misschien nog belangrijker:  met het overnemen van de energieplannen neemt het kabinet de linkse oppositie grotendeels de wind uit de zeilen. En door het besluit daarna te ontdoen van een ideologisch karakter lijkt het al snel alsof er geen andere optie was, en alsof men slechts pragmatisch meebeweegt op de golven van de tijdsgeest. In de woorden van Rutte: “als het om de energiemarkt gaat zijn er geen linkse of rechtse lantaarnpalen”. Maar voor kiezers, die toch al moeite hebben om inhoudelijke verschillen tussen centrumpartijen te ontwaren, worden op deze wijze de verschillen tussen links en rechts op het gebied van sociaaleconomische politiek alleen maar onduidelijker. 

 

De neiging om het ideologische karakter van vergaande besluiten weg te nemen beperkt zich trouwens niet tot de huidige premier. In de documentaire What’s Left, over de ‘teloorgang’ van de sociaaldemocratie, verwijst Diederik Samson (PvdA-leider tussen 2012 en 2016) naar de “omstandigheden van toen” om de bezuinigingspolitiek van het kabinet Rutte II (VVD en PvdA) te rechtvaardigen. De kijker blijft – net als de kiezer – in vertwijfeling achter. 

 

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Sjoerd van Heck ([email protected])

Alle blogs van Sjoerd over politiek en publieke opinie zijn op deze pagina verzameld. 

 

Deze tekst is ook verschenen bij EenVandaag 'De Peiling' en in de nieuwe Peiling-app van EenVandaag. 


 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands

Meer inzichten over Publieke Sector

Maatschappij