Nederlanders zouden massaal voor Biden kiezen

Als Nederlanders zouden mogen stemmen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen dan zou Joe Biden met een ruime marge winnen.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Zes op de tien Nederlanders (61%) zouden voor Joe Biden kiezen als zij zouden mogen stemmen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daarmee laat de kandidaat van de Democraten de zittende president Donald Trump ver achter zich. Slechts één op de tien Nederlanders (11%) zou op Trump stemmen. 

Presidential elections


Ondanks de voorkeur voor Biden zijn Nederlanders wel verdeeld wanneer het gaat over hun verwachtingen van de verkiezingsuitslag: 31% denkt dat Joe Biden de nieuwe president van de Verenigde Staten wordt, 30% denkt dat Donald Trump de verkiezingen zal winnen. Een ongeveer even grote groep (36%) weet het niet. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Ipsos onder ruim 18.000 burgers in 25 landen, waaronder Nederland, tussen 25 september en 9 oktober. 

In de meeste onderzochte landen (met uitzondering van Rusland) kiezen burgers voor Biden. De marge is het grootst in Zweden (73% Biden versus 10% Trump). In landen als Hongarije, Turkije en Polen zijn de meningen meer verdeeld. In de meeste landen is de verwachting dat Biden de verkiezingen zal gaan winnen. Maar men is wel voorzichtig. In Zweden bijvoorbeeld zou maar 10% op Trump stemmen, maar denkt ruim een kwart (28%) dat hij wel de verkiezingen zal gaan winnen. In Nederland zou 11% op Trump stemmen, maar de groep die verwacht dat hij gaat winnen is bijna 3 keer zo groot (30%). 


Eén op vijf Nederlanders ziet in fake news een risico voor de Tweede Kamerverkiezingen

Bijna de helft van alle Nederlanders (46%) ziet de verspreiding van ‘fake news’ als een bedreiging voor de integriteit van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Amerikanen zelf delen die zorgen: 45% denkt ook dat ‘fake news’ een serieus risico bij de verkiezingen is. Daarmee wordt de verspreiding van valse informatie door Amerikanen gezien als het grootste risico voor eerlijke verkiezingen. 

Eén op vijf Nederlanders (21%) vindt de verspreiding van ‘fake news’ ook een bedreiging voor de komende Tweede Kamerverkiezingen in Nederland.  15% ziet problemen rondom de organisatie van die verkiezingen als potentieel risico. Ongeveer vier op de tien Nederlanders (43%) verwachten geen bedreigingen voor een eerlijke stembusgang op 17 maart 2021. 

 

Sjoerd van HeckSjoerd van Heck
Research Manager Ipsos Public Affairs

"De resultaten van dit onderzoek onderstrepen hoe reëel de dreiging is die uitgaat van de verspreiding van ‘fake news’ voor het democratisch proces. Bijna de helft van alle Amerikanen ziet in de verspreiding van ‘fake news’ een serieus risico voor de integriteit van de presidentsverkiezingen. In Nederland is dit minder een zorg, maar toch ziet een significant deel van de bevolking in ‘fake news’ een risico voor onze verkiezingen. Het aandeel Nederlanders dat ‘fake news’ problematisch vindt, is zelfs groter dan het aandeel dat logistieke problemen bij de Tweede Kamerverkiezingen verwacht, terwijl dat toch ook een reëel probleem zal worden gegeven de coronamaatregelen. Uit eerder onderzoek van Ipsos bleek al dat burgers vinden dat ze zelf goed het verschil tussen ‘echt’ en ‘nep’ nieuws kunnen herkennen, maar dat ze tegelijkertijd denken dat de gemiddelde Nederlander dat veel minder goed kan. Op die manier wordt het een probleem van ‘de ander’. Dat is niet bevorderlijk bij het zoeken naar oplossingen."


Meer informatie

  • Klik hier voor het onderzoeksrapport
  • Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck via sjoerd.vanheck@ipsos.com

 

Onderzoeksverantwoording 

  • Dit onderzoek van Ipsos is uitgevoerd tussen 25 september en 9 oktober 2020 in 25 landen onder 18.507 burgers. In 5 landen (de Verenigde Staten, Canada, Maleisië, Zuid-Afrika en Turkije) zijn burgers tussen de 18 en 74 jaar oud geïnterviewd. In de overige 20 landen waren de ondervraagden tussen de 16 en 74 jaar oud. 
  • In 13 landen (Australië, België, Brazilië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Mexico, Spanje, Zweden en de Verenigde Staten) bestond de steekproef uit ongeveer 1.000 burgers per land. In de overige landen was de steekproefgrootte 500 per land. 
  • In Argentinië, Australië, België, Canada, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Hongarije, Italië, Japan, Nederland, Polen, Zuid-Korea, Spanje, Zweden en de Verenigde Staten zijn nationaal representatieve steekproeven (16/18-75 jaar) bevraagd. 
  • In Brazilië, Chili, India, Israël, Maleisië, Mexico, Peru, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije zijn de steekproeven representatief voor wat ook wel het ‘connected’ segment van de samenleving wordt genoemd. Dit zijn burgers die, in vergelijking met de gemiddelde burger in de desbetreffende landen, hoger zijn opgeleid, een hoger inkomen hebben en vaker in een urbane omgeving leven. 
  • Wanneer de resultaten niet optellen tot 100 kan dit komen door afronding, de mogelijkheid om meerdere antwoordcategorieën te selecteren, of het weglaten van de antwoordcategorie ‘weet ik niet’ of ‘neutraal’. 
  • De foutmarge bedraagt circa 3% bij een steekproefgrootte van 1.000 respondenten en circa 4,5% bij een steekproefgrootte van 500 respondenten. 
  • Er zijn weegcorrecties op de data toegepast zodat de steekproeven het demografische profiel van de bevolkingen in de verschillende landen weerspiegelen.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands