Hoe nauwkeurig was de exitpoll?
Hoe nauwkeurig was de exitpoll?

Hoe nauwkeurig was de exitpoll? – Tweede Kamerverkiezing 2025

Op 29 oktober 2025 was de Tweede Kamerverkiezing in Nederland. Ipsos I&O voerde – zoals Ipsos I&O dat al jaren doet – in opdracht van de NOS een landelijke exitpoll uit. De resultaten van deze exitpoll zijn door de NOS gepresenteerd op verkiezingsavond. De exitpoll kwam keurig overeen met de verkiezingsuitslag.

Op 29 oktober 2025 waren de Tweede Kamerverkiezingen. Ipsos I&O voerde in opdracht van de NOS een exitpoll uit. Eerder schreven we een artikel waarin we uitleggen hoe een exitpoll werkt.

Bij de exitpoll voor de Tweede Kamerverkiezingen 2025 hebben we bij 65 stembureaus, verspreid over heel Nederland, metingen uitgevoerd. De resultaten van de exitpoll zijn door NOS en RTL gepresenteerd in de verkiezingsuitzendingen op 29 oktober.

Op basis van de exitpoll konden we al om 21.00 uur een goede indicatie van de verkiezingsuitslag geven. Zo schatten we goed in dat het verschil tussen D66 en PVV ‘too close to call’ was. En zagen we het verlies van NSC en de winst van CDA. JA21 en FvD werden accuraat weergegeven in onze exitpoll. Onze indicatie van de opkomst was met 76.3% dichtbij de daadwerkelijke opkomst van 78.5%.

In de onderstaande tabel staat de vergelijking van onze exitpoll van 29 oktober om 21.00 uur met de verkiezingsuitslag (ANP prognose op basis van 99.7% van de stemmen geteld).


Afwijkingen

De maximale afwijking van onze exitpoll in termen van percentages betreft 0.8 procentpunt bij de PVV. Bij alle andere partijen is de procentuele afwijking 0.6 procentpunt of (meestal) lager. Dat is een zeer nauwkeurige inschatting. Als we kijken naar zetelaantallen dan zien we dat bij zes partijen de exitpoll afwijkt van de verkiezingsuitslag – in alle gevallen 1 zetel. Dit zijn normale afwijkingen die horen bij steekproefonderzoek met betrouwbaarheidsmarges. We hebben daarom van tevoren gecommuniceerd dat afwijkingen van 1 of 2 zetels kunnen voorkomen. Het gefragmenteerde politieke landschap leidt ertoe dat minimale procentuele afwijkingen snel kunnen leiden tot een afwijking van 1 zetel, onder andere door het effect van restzetels bij het vertalen van percentages naar zetels.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck
    Sjoerd van Heck
    Onderzoeksadviseur - Ipsos I&O Publiek
  • Maartje van de Koppel
    Maartje van de Koppel
    Onderzoeker - Ipsos I&O Publiek

Related news

  • Focus op daderprofielen onvoldoende voor effectieve aanpak geweld tegen hulpverleners

    Focus op daderprofielen onvoldoende voor effectieve aanpak geweld tegen hulpverleners

    Verdachten van agressie en geweld tegen hulpverleners zijn meestal jonge mannen, gemiddeld lager opgeleid en met een relatief laag inkomen. Ruim de helft is eerder verdachte geweest van een geweldsmisdrijf. Toch is er geen eenduidig daderprofiel. Om agressie en geweld tegen hulpverleners beter aan te kunnen pakken, is ook inzicht nodig in het verloop en de context van agressie- en geweldsincidenten. Kennis hierover kan beter worden benut, zo blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O en DSP-groep in opdracht van het WODC.
  •  Nederlander wil een ander graag helpen en deze bereidheid speelt cruciale rol voor de zorg
    Gezondheidszorg Persbericht

    Nederlander wil een ander graag helpen en deze bereidheid speelt cruciale rol voor de zorg

    De meerderheid van de Nederlanders wil voor een ander klaarstaan bij de alledaagse zorgen. Dit blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van Coöperatie VGZ. Of het nu gaat om boodschappen doen, een oogje in het zeil houden of helpen bij medische zorg: vooral voor dierbaren stappen we zonder aarzeling bij. Deze bereidheid is niet alleen bewonderenswaardig, maar ook cruciaal voor het toegankelijk houden van zorg in een tijd van vergrijzing en personeelstekorten.
  • Ipsos Predictions Survey 2026

    Ipsos Predictions Survey 2026

    De Ipsos Predictions Survey 2026 blijkt dat gemiddeld 71% over 30 landen denkt dat het volgend jaar beter zal gaan, maar de mensen zijn verdeeld over de vraag of de wereldeconomie sterker zal zijn (49%) of niet (51%).