Politiek met Sjoerd - Te veel, of juist te weinig, om te kiezen?

De gemeenteraadsverkiezingen waren dit keer echt lokale verkiezingen. De uitslag zegt weinig tot niets over de landelijke politieke krachtsverhoudingen. Zijn er dan voor de landelijke partijen geen lessen te trekken uit de verkiezingen?

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

De gemeenteraadsverkiezingen waren dit keer echt lokale verkiezingen. De uitslag zegt weinig tot niets over de landelijke politieke krachtsverhoudingen. Zijn er dan voor de landelijke partijen geen lessen te trekken uit de verkiezingen? Dat wel. Vooral als het gaat over de redenen voor de historisch lage opkomst. Over versplinteren en samenklonteren. 


 Als je de landelijke partijleiders hoorde na de gemeenteraadsverkiezingen leek het alsof iedereen een beetje had gewonnen. Wopke Hoekstra vond de uitslag voor het CDA (landelijk beeld: 240 zetels verlies ten opzichte van 2018) “beter dan verwacht”. De PvdA (3 zetels winst in totaal) zag, bij monde van Lilianne Ploumen, dat Nederland “rood kleurde”. De VVD verloor 144 zetels maar Mark Rutte wees erop dat de partij in percentages de “grootste landelijke partij” was. 

Het is dan ook niet vreemd dat kiezersvoorkeuren in onze laatste peiling niet reageren op een verkiezing waarvan de uitslag dusdanig diffuus is dat iedereen er wel een lichtpuntje in ziet. Kiezers willen graag bij een winnaar horen, maar de winnaars waren (net als bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018) de lokale partijen (36% van de stemmen). 

 

Er zijn nu belangrijkere dingen

De gemeenteraadverkiezingen stonden op zichzelf, en waren sterk lokaal georiënteerd. Dat kwam wellicht ook door het ontbreken van een duidelijke campagne. Net op het moment dat de campagne leek te beginnen – met de ingezonden brief van Rutte waarin hij opriep tot verbroedering – begon de oorlog in Oekraïne. 

Het ontbreken van een landelijke campagne droeg dan wel bij aan het lokale karakter van de verkiezingen; anderzijds hielp het niet bij het enthousiasmeren van kiezers, blijkens de historisch lage opkomst. Het was ook een paradoxale boodschap die landelijke politici hadden voor kiezers: ga stemmen, want democratie is belangrijk, juist nu de democratie in andere delen van Europa onder druk staat. Maar, tegelijkertijd: we gaan geen campagne voeren in tijden van oorlog. Alsof men zei; er zijn nu belangrijkere dingen dan de verkiezingen. 

 

Versplinteren en samenklonteren

De lage opkomst is op verschillende manieren te duiden. De campagne die geen campagne werd, de oorlog, desinteresse en wantrouwen in de politiek; het speelde allemaal een rol. Data van Ipsos lieten echter ook zien dat veel kiezers niet wisten op welke partij ze moesten stemmen.  Deels omdat de keuze in sommige gemeenten beperkt was. Kiezers die landelijk gaan voor de PVV of FVD zagen die partijen in veel gemeenten niet op de kieslijst staan. Soms weken ze uit naar andere partijen (vooral vaak naar lokale partijen), soms bleven die kiezers thuis. 

Tegelijkertijd, zo merkte NRC terecht op in het commentaar op de verkiezingen, toont het feit dat veel thuisblijvers niet wisten op welke partij ze moesten stemmen ook aan dat partijen moeite hebben met het aantonen van hun bestaansrecht. 

Dat partijen niet genoeg duidelijk kunnen maken hoe ze zich onderscheiden van andere partijen wordt bemoeilijkt door de verdergaande versplintering, een landelijke trend die nu ook de gemeenteraden heeft bereikt. Er zijn steeds meer partijen om uit te kiezen. Maar tegelijkertijd klonteren partijen inhoudelijk steeds meer samen. Een doorgeslagen focus op consensuspolitiek kan “apathische kiezers” tot gevolg hebben, schreef Floor Rusman deze week in NRC. 

Daar zit wat in. Eerder al lieten we op basis van data van Ipsos zien dat kiezers moeite hebben om inhoudelijke verschillen tussen partijen waar te nemen. Als de middenpartijen samenklonteren, wordt de inhoudelijke vernieuwing aan de flanken gelaten. En zolang middenpartijen afstand nemen van flankpartijen (bijvoorbeeld vanwege de toon van het debat), wordt de centrum-flank dynamiek alleen maar sterker. 

De nieuwste afsplitsing, Nilüfer Gündoğan gaat los van Volt door in haar eentje, brengt het totale aantal fracties in de kamer op 20, maar zal waarschijnlijk niet voor een inhoudelijke impuls in het debat zorgen. Er blijft – kortom – veel te kiezen, maar ook weinig te kiezen. Dat is misschien wel de grootste uitdaging van ons politieke bestel. 

 

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Sjoerd van Heck ([email protected])

Alle blogs van Sjoerd over politiek en publieke opinie zijn op deze pagina verzameld. 

 

Deze tekst is ook verschenen bij EenVandaag 'De Peiling' en in de nieuwe Peiling-app van EenVandaag. 

 

Onderzoeksverantwoording
Deze peiling kwam tot stand door onlineonderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van 1.048 stemgerechtigde Nederlanders. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2021) zijn door middel van een weging gecorrigeerd. De gegevens zijn verzameld van vrijdag 25 tot en met maandag 28 maart 2022.  

 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands

Meer inzichten over Publieke Sector

Maatschappij