Politiek met Sjoerd - Wie vreest de coronacrash?
De coronacrisis ontwikkelt zich in een razend tempo. Drie inzichten die ons deze week opvielen:
- Laagopgeleiden en jongeren vrezen de economische gevolgen van de coronacrisis het meest.
- Nederlanders vertrouwen overheidsinformatie omtrent corona, sociale media wordt niet vertrouwd.
- Jongeren zijn, vaker dan ouderen, geneigd om te denken dat de media soms wat overdrijft in de berichtgeving omtrent corona.
1. De coronacrash
Langzaam verschuift de focus van het publieke debat van de gezondheidsaspecten van deze crisis naar de economische impact. Het Centraal Planbureau noemt een economische recessie inmiddels “onvermijdelijk”. Er zijn vier scenario’s opgesteld om de effecten van de coronacrisis te modelleren. In drie van de vier scenario’s is de economische neergang zwaarder dan die in de kredietcrisis van 2008/2009.
Ook onder burgers nemen de zorgen om de coronacrisis toe. Ongeveer één op de drie Nederlanders vreest voor de eigen baan of het eigen bedrijf. Die zorgen zijn in landen als Italië en Frankrijk, maar ook in Duitsland, heviger.
Onze data (zie de figuur hieronder) suggereert dat jongeren meer vrezen voor een corona crash dan ouderen; een verschil van 14 procentpunt. Laagopgeleiden zijn bezorgder dan hoogopgeleiden, met een marge van 13 procentpunt.

Onderzoek van onze collega’s in de Verenigde Staten laat een vergelijkbaar verschil tussen hoog- en laagopgeleiden zien in de mate waarin men getroffen wordt door de crisis. Men spreekt daarom zelfs al van een “class divide” door de coronacrisis, een tendens die verergerd wordt door de ongelijke toegang tot de gezondheidszorg in de Verenigde Staten.
2. Corona en de media
Een voorlopige les van de coronacrisis: het gezag van “de wetenschap” is in ere hersteld. In andere grote maatschappelijke discussies (lees: het klimaatdebat) worden inzichten uit de wetenschappelijke wereld nog wel eens openlijk betwist, ook door politici. Nu lijkt daarvan geen sprake. Het kabinet omarmt adviezen van experts, en Rutte zegt in deze crisis op het “kompas” van de deskundigen te varen.
Burgers stemmen daarmee in: een overgrote meerderheid vertrouwt wetenschappers als bron van informatie in deze tijden. Ook de rijksoverheid, lokale overheden en de WHO worden in grote mate vertrouwd.
En de media? We zien een tweedeling. Burgers vertrouwen het nieuws op televisie, maar wantrouwen sociale media.
Uit ons aanvullend kwalitatief onderzoek blijkt dat nieuws op televisie wordt vertrouwd, omdat daar deskundigen aan het woord komen. Het commentaar van deze mensen in de journaals (NOS en RTL) en talkshows (OP1 en Jinek) zorgt voor geloofwaardigheid. De mensen die als deskundig worden gezien, zijn mensen van het RIVM, landelijke coördinatoren en voorzitters van zorgorganisaties en ziekenhuizen en wetenschappers met een relevant expertisegebied zoals virologen. Burgers geven aan dat ze minder geïnteresseerd zijn en minder waarde hechten aan “wat BN’ers of een willekeurige schrijver aan tafel ervan vinden”.
De reden waarom corona-gerelateerd nieuws op sociale media niet wordt vertrouwd, is tweeledig. Enerzijds kan iedereen willekeurige berichten plaatsen en verspreiden, zonder dat er wordt gefactcheckt. Daardoor is het risico op onjuiste informatie groot, en daar is men zich van bewust. Anderzijds ziet men veel fake news langskomen, zoals advertenties voor middeltjes om corona te voorkomen en aankondigingen van zwaardere en andere maatregelen. Dit zorgt ervoor dat social media platforms intussen door de meeste mensen niet meer worden gebruikt als nieuws- en informatiebron over corona. Men gebruikt deze platforms wel om op de hoogte te blijven van lokale en/of positieve initiatieven.
Sociale media platforms zijn zich steeds meer bewust van hun verantwoordelijkheid als het gaat om de informatievoorziening in deze crisis. WhatsApp heeft al aangekondigd een beperking op te leggen bij het doorsturen van berichten. Dat doet het bedrijf, naar eigen zeggen, om de verspreiding van fake news rondom corona tegen te gaan.
Het RIVM wordt gezien als de meest betrouwbare bron van informatie over de maatregelen en gedragsregels. Tegelijkertijd groeit de twijfel over de dagelijkse cijfers van het RIVM, omdat maar beperkt getest wordt. Daardoor bestaat het vermoeden dat het daadwerkelijke aantal besmette gevallen en doden veel hoger ligt, maar hoe hoog is onduidelijk, en dat maakt onzeker.
3. Overdrijft de media?
Een meerderheid van de Nederlanders (62%) vindt van niet. Opmerkelijk: jongeren zijn verdeeld.
Uit ons aanvullend kwalitatief onderzoek blijkt dat mensen de afgelopen week minder nieuws zijn gaan consumeren dan een aantal weken geleden. De meesten vinden niet dat de media overdrijven, maar ze ervaren de hoeveelheid informatie en nieuws wel als overweldigend. Bij een deel leidt dit tot nervositeit, angst en slechter slapen. Daarom beperken ze hun nieuwsconsumptie bijvoorbeeld tot het ochtend- en avondjournaal, in plaats van het continu checken van liveblogs.
Daarnaast hebben mensen het idee dat er ook minder echt nieuws is dan in het begin, toen elke dag nieuwe maatregelen en besluiten werden gecommuniceerd. De maatregelen zijn duidelijk en hebben een vaststaande termijn, dus men lijkt zich weer meer op het dagelijks leven te richten. Het enige nieuwsfeit dat ervoor zorgt dat sommigen het toch niet kunnen laten om liveblogs te checken, is het vinden van een vaccin.
Meer informatie
Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck ([email protected]).
Data doet ertoe, zeker in deze onzekere tijden. Ipsos deelt inzichten over de coronacrisis, en de impact die het heeft op burgers in Nederland. Kijk voor meer updates over ons onderzoek aangaande de coronacrisis op onze corona public opinion portal.
Sjoerd van Heck blogt regelmatig over de politiek, onze maatschappij en trends in de publieke opinie. Op deze pagina verzamelen we alle blogs, met de meest recente bovenaan.
Onderzoeksverantwoording
Kwantitatieve deel
Deze gegevens zijn gebaseerd op online onderzoek door Ipsos tussen 27-29 maart 2020 (figuur 1) en 19-21 maart 2020 (figuren 2 en 3). De data is gewogen op sociaal-demografische kenmerken (geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, regio, inkomen en werkzaamheid) zodat de steekproef op deze variabelen een representatieve afspiegeling van de bevolking vormt. De onzekerheidsmarges lopen uiteen van circa 1% tot 3%.
Kwalitatieve deel
De kwalitatieve inzichten zoals hier genoemd, zijn gebaseerd op onderzoek onder leden van de Ipsos Online Community. Deze long-term community bestaat uit 736 respondenten. Dit onderzoek is ingevuld door 88 leden tussen 3 en 6 april 2020. De resultaten zijn indicatief en niet gebaseerd op een nationaal representatieve steekproef.