Het vertrouwen in de landelijke politiek is al maanden laag (alhoewel weer iets herstellende), een kabinetsmeerderheid in de Eerste Kamer is ver weg en oppositiepartijen maken onderhandelingen met het kabinet tot centraal thema in de campagne. Het is daarom verleidelijk te denken dat de komende verkiezingen voor de Provinciale Statenverkiezingen een referendum over Rutte IV worden. Maar de data geven nog geen blijk van een dergelijke dynamiek.
Nu het einde van 2022 nadert, is het de hoogste tijd om de balans van het afgelopen politieke jaar op te maken. Het was een jaar waarin de ene crisis de andere opvolgde, en we te maken kregen met historische inflatiecijfers. De binnenlandse politiek ging naast de aanpak van de klimaatcrisis, het gasdossier in Groningen en de hervorming van het pensioenstelsel, met name over de stikstofcrisis. Een lastig dossier waar al meerdere bewindspersonen zich op stuk beten en waar Remkes (weer) een rapport over schreef. Een bewogen politiek jaar was het dus zeker. Onze ministersploeg hield veel ballen tegelijkertijd in de lucht. Maar hoe vonden de kiezers dat ze het deden? Een overzicht van een aantal van de hoofdrolspelers van het afgelopen jaar.
Blijft de VVD zo groot? Of zet het electorale verval - 7 zetels verlies ten opzichte van het huidige zetelaantal in de Tweede Kamer - door? De kansen van de VVD beschreven aan de hand van drie aspecten: de politieke leider, de plaats van de partij in het politieke landschap, en de ideologie.
Terwijl stijgende prijzen en discussie over de mate van overheidsingrijpen in de economie de boventoon voeren in het maatschappelijke en politieke debat, blijven de linkse partijen vrij vlak presteren in de peilingen. Hoe kan dat?