Politiek met Sjoerd - Forza Hollandia

Na afloop van de algemene beschouwingen ging het vooral over het incident tijdens de bijdrage van Thierry Baudet (FVD), toen het kabinet de zaal van de Tweede Kamer verliet. De ophef daarover is karakteristiek voor het huidige politieke krachtenveld.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Het politieke midden is vooral druk met de vraag hoe zich te verhouden tot populistische uitdagers. Maar relevanter is hoe middenpartijen zich tot elkaar verhouden. 

 

Het niveau van het debat was “bij vlagen surrealistisch laag” schreef NRC in zijn commentaar op de algemene politieke beschouwingen. De kleine fracties (BoerBurgerBeweging, Partij voor de Dieren) probeerden het debat nog wel wat meer inhoud te geven, zag de krant, maar de meeste oppositiepartijen beperkten zich vooral tot kritiek op de last-minute-kabinetsplannen om een plafond voor energieprijzen in te stellen. Rutte beloofde er naar te kijken, en op zaken terug te komen. Zo kabbelde het debat voort. 


Alleen Baudet (FVD) wist met zijn frontale aanval op minister Kaag (Financiën) echt stof te doen opwaaien. Daarop verliet het kabinet de Kamer, en ging de discussie daarna vooral over de vraag of dat wel een goede reactie was geweest. 


Zo toonden deze algemene beschouwingen een fundamenteel probleem van het huidige politieke landschap: de middenpartijen verhouden zich door het uitblijven van duidelijke ideologische verschillen niet zozeer tot elkaar; maar verhouden zich vooral ten opzichte van uitdagers op de flanken. Daarmee wordt politiek voor kiezers vernauwd tot een centrum-flank dynamiek. 


Dat is extra zorgwekkend in een context van afnemend vertrouwen. Wederom kreeg het vertrouwen in politiek en kabinet dit jaar een klap (zie hier en hier). Dat kwam eigenlijk amper als een verrassing. Nadat het vorige kabinet na het toeslagenschandaal opstapte, werden dezelfde partijen gedwongen tot een herstart. Maar een frisse start werd het nooit. De tegenzin waarmee D66 en de ChristenUnie wederom een coalitie met Rutte aangingen straalt af op kiezers. Die beoordelen het kabinet vanaf de beëdiging steevast met een onvoldoende. 

 

Waar is Rutte?

De crises die daarna op het kabinet afkwamen, boden een uitweg om het vertrouwen te herstellen. Maar die kansen werden gemist. Tijdens de eerste fase van de coronacrisis in 2020 wist het toenmalige kabinet een groot deel van het electoraat achter zich te krijgen door snel en doortastend handelen. Rutte nam de leiding, sprak de natie toe en kondigde een lockdown af. Het vertrouwen in hem – en het kabinet – steeg. Het deed denken aan kortstondige toenamen in zijn populariteit bij eerdere crises, bijvoorbeeld bij de ramp met MH17.


Nu schitterde het kabinet, en vooral premier Rutte, in afwezigheid. De stikstofcrisis liet Rutte aan minister Van der Wal. En daarna aan ‘gespreksleider’ Remkes. In de asiel- en opvangcrisis werd een compromis bereikt waar niemand echt tevreden mee was (en waarvan de juridische houdbaarheid wordt betwist). 


De energiecrisis werd deze zomer op de lange baan geschoven, en pas op het allerlaatste moment kwam het kabinet met het prijsplafond voor de energierekening. Dat plan werd eerder al geopperd door de linkse oppositie (PvdA en GroenLinks) maar in eerste instantie terzijde geschoven. Nu komt het er toch, maar het lijkt te laat om de onvrede weg te nemen. Bovendien is de praktische uitwerking nog onduidelijk. De voorlopige tussenstand is dan ook dat alleen de PvdA – dat terecht de credits voor het plan naar zich toe trekt – weet te profiteren. De partij noteert een plus van 4 zetels in onze laatste peiling. 

 

Stuk rood vlees

Tien jaar geleden, tijdens de algemene beschouwingen in 2012, opperde Geert Wilders (PVV) een ‘Polenmeldpunt’. In reactie op de ophef zei Rutte sussend dat de politiek niet moet reageren “op elk stuk rood vlees dat in de politieke arena wordt gegooid”. 


Nu gooide Baudet een stuk vlees en weer ging het vervolgens over de reactie van de andere partijen. Ervaringen elders in Europa tonen aan hoe ingewikkeld deze dans is. Zweedse partijen vormden jarenlang een cordon sanitaire rondom de rechts-populistische Zweden Democraten. Desondanks bleef de partij gestaag aan aanhang winnen. In 2019 besloot de centrumrechtse partij (Moderata Samlingspartiet) het isolement op te heffen en samen te gaan werken. Bij de afgelopen parlementsverkiezingen werden de Zweden Democraten de tweede partij van het land (nog steeds op ruime afstand van de sociaaldemocraten).


Italië kent een traditie van politieke inkapseling van populistisch rechts. Partijen als Lega Nord en Forza Italia namen deel aan  de regering van nationale eenheid onder Mario Draghi. Ze werden onderdeel van de gevestigde orde en (daarom) een prooi voor Fratelli D’Italia, de enige partij die zich als uitdager positioneerde bij de Italiaanse verkiezingen van afgelopen weekend. Lega haalde 9% van de stemmen, Forza haalde 8% van de stemmen, en new kid op rechts Fratelli haalde meer dan een kwart van alle stemmen

 

Linkse en rechtse lantaarnpalen

Italië en Zweden – maar ook bijvoorbeeld België -  laten zien hoe complex de omgang met electorale uitdagers op de flanken is voor veel politieke partijen. Belangrijker: het laat vooral ook zien dat de discussie tamelijk  irrelevant is. Sinds Fortuyn wordt Nederland al 20 jaar heen en weer geslingerd tussen ‘duidelijke grenzen stellen’ en ‘zorgen serieus nemen’. Het politieke midden houdt zich vooral bezig met hoe zich te verhouden tot het links- en rechts-populisme, maar voor een grote meerderheid van het electoraat is het belangrijker hoe de middenpartijen zich tot elkaar verhouden. 


Tijdens het debat over het prijsplafond voor de energierekening wilde Marijnissen (SP) winstuitkeringen bij energiebedrijven verbieden. “Ik ben erg voor ideologische debatten, maar er zijn geen linkse of rechtse lantaarnpalen”, zei Rutte. 


In plaats van ideologische verschillen te parkeren zouden verschillen in visie en opvatting over de mate en richting van overheidsingrijpen juist duidelijker aan het licht moeten komen. De huidige crises tonen aan hoezeer de samenleving sturing van de overheid nodig heeft, en zouden kunnen worden gebruikt om de relevantie van het politieke midden te onderstrepen. Dat kan een eerste stap zijn naar herstel van vertrouwen. 

 

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Sjoerd van Heck ([email protected])

Alle blogs van Sjoerd over politiek en publieke opinie zijn op deze pagina verzameld. 

 

Deze tekst is ook verschenen bij EenVandaag 'De Peiling' en in de nieuwe Peiling-app van EenVandaag. 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands

Meer inzichten over Publieke Sector

Maatschappij