Politiek met Sjoerd - Zijn Nederlanders links?

Ongeveer de helft van alle kiezers neemt een middenpositie in wanneer ze gevraagd worden om hun politieke opvattingen te plaatsen op een links-rechts schaal. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Sjoerd van HeckWij vroegen Nederlandse kiezers om zichzelf te plaatsen op een denkbeeldige links-rechts schaal. Dit zijn de belangrijkste resultaten:

  1. Veel kiezers, bijna de helft van het electoraat, plaatsen zich in het midden van de links-rechts schaal. 
  2. De groep Nederlanders die zichzelf als rechts ziet is iets groter dan de groep Nederlanders die zichzelf als links beschouwt. 
  3. Hoogopgeleiden zijn linkser dan laagopgeleiden, en vrouwen zijn linkser dan mannen. 

 

Linkse en rechtse partijen 

In een vorige post keek ik naar de posities van de politieke partijen, en dan met name hoe kiezers die posities waarnemen. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt lijkt het er allerminst op dat kiezers de Nederlandse partijen als eenheidsworst zien. In ieder geval onderscheiden kiezers clusters van linkse, midden en rechtse partijen. 

Daarnaast bleek dat in de ogen van de Nederlandse kiezer Forum voor Democratie in het afgelopen jaar een flinke ruk naar rechts heeft gemaakt. Hier zien we (waarschijnlijk) het effect van de felle campagnes van Thierry Baudet op het gebied van immigratie (het pact van Marrakesh) en klimaat. 
 

Een links land? 

Naast percepties van partijposities keken we ook naar de zelfplaatsingen van Nederlandse kiezers. Wellicht niet verrassend, maar veel kiezers nemen een gematigde middenpositie in. Ongeveer 46% van het Nederlandse electoraat plaatst zichzelf rond het midden van een links-rechts schaal. De uitersten (links en rechts) zijn beide even groot (circa 8.5%) en het deel van het electoraat dat een gematigd rechtse positie inneemt (21%) is net iets groter dan het gematigd linkse deel van de Nederlandse kiezers (16%). Daarmee ziet ongeveer 30% van het electoraat zich als rechts terwijl het linkerdeel van het spectrum ongeveer 25% beslaat. 
 

Een links land?

 

Het idee, populair in sommige media en onder sommige politici, dat Nederland een ‘links land’ is verdient dan ook enige nuance. Er is geen sprake van een overwegend links electoraat, en dit is ook weerspiegeld in verkiezingsuitslagen. Sinds de jaren ’80 zijn rechtse partijen electoraal gezien succesvoller dan linkse partijen (zie bijvoorbeeld hier, pagina 19). 

 

Laagopgeleiden en mannen zijn rechtser 

Als we de zelfplaatsingen op de links-rechts schaal opsplitsen naar sociaal-demografische achtergrondkenmerken zien we enkele interessante verschillen. 
 

Zo zijn vrouwen linkser dan mannen. Dit verschil is zichtbaar in veel postindustriële samenlevingen (en juist niet in ontwikkelingslanden en postcommunistische landen), waar vrouwen over het algemeen linksere politieke denkbeelden aanhangen dan mannen. Dit was trouwens niet altijd het geval, in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog waren vrouwen juist rechtser en conservatiever dan mannen. Pas sinds circa de jaren ’80 zijn vrouwen linkser (en progressiever) gaan denken dan mannen. In dit verband wordt er ook wel gesproken van de traditionele ‘gender gap’ en de moderne variant daarvan (zie hier). 
 

Laagopgeleiden en mannen rechtser

 

Ook als we naar opleidingsniveau kijken zien we verschillen opduiken. Hoogopgeleiden zijn linkser dan laagopgeleiden. Onder de eerste groep beschrijft bijna 1 op de 3 (32%) zich als links, onder laagopgeleiden zijn dat er nog geen 2 van de 10 (18%). Dit betekent niet dat laagopgeleiden ook per definitie rechtser zijn dan hoogopgeleiden; vooral de groep die zich in het midden van het spectrum plaatst lijkt wat groter onder laagopgeleiden. 


Linkse jongeren en rechtse ouderen? 

En als we leeftijdsgroepen met elkaar vergelijken zien we dat juist de middengroep (34-54 jaar) afwijkt. Slechts 17% van de Nederlanders tussen de 34 en 54 jaar plaatst zichzelf links van het midden als het gaat om politieke denkbeelden, terwijl dat onder jongeren (18-34) bijvoorbeeld 27% is. En onder ouderen (55+) is dat 28%. De groep van 34-54 jaar is rechtser dan andere leeftijdsgroepen: 34% van deze groep plaatst zich rechts van het midden, tegen 26% en 29% onder respectievelijk jongeren en ouderen. 
 

De links-rechts zelfplaatsingen van ouderen en jongeren lijken behoorlijk op elkaar. En dus lijkt het adagium wie jong is en niet links heeft geen hart, wie oud is en niet rechts heeft geen verstand niet op te gaan. 
 

Dat is interessant omdat we juist wel verschillen zien tussen ouderen en jongeren als het gaat om houdingen tegenover specifieke politieke vraagstukken. Wat betreft Europese integratie, het klimaat en immigratie lopen de meningen van ouderen en jongeren juist uit elkaar

En dat toont ook de beperkingen aan van geaggregeerde (links-rechts) dimensies. Er is niet noodzakelijkerwijs overeenstemming over welke issues en thema’s wel of niet tot ‘links-rechts’ behoren. In dit stuk wordt bijvoorbeeld aangetoond dat in Nederland de termen links en rechts steeds meer in verband worden gebracht met culturele issues (immigratie) en steeds minder met economische vraagstukken (herverdeling). Dit is iets wat niet is te herleiden uit onze links-rechts zelfplaatsingen.  


Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck (sjoerd.vanheck@ipsos.com)

 

Eerdere artikelen in de serie Politiek met Sjoerd:

 

Onderzoekverantwoording

Deze gegevens zijn gebaseerd op de juni 2019 meting van de Politieke Barometer (n=1028). De gegevens zijn verzameld door middel van online onderzoek onder alle stemgerechtigde Nederlanders. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag (Tweede Kamerverkiezingen 2017) en vormen daarmee een representatieve afspiegeling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op deze variabelen. 

Table


 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands