Politiek met Sjoerd: Zijn er te veel partijen in Nederland?

Een meerderheid van de kiezers vindt dat er te veel politieke partijen zijn, en wil een kiesdrempel instellen. Er bestaat verdeeldheid over de vraag of al die partijen nu ook een goede of een slechte zaak zijn.

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Sjoerd van Heck

In debatten in de politiek en media wordt vaak gesproken van politieke versplintering. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de Provinciale Statenverkiezingen eerder dit jaar. Als gevolg van die verkiezingen zijn er nu meer partijen dan ooit in de Eerste Kamer. Wat vaak vergeten wordt in deze discussies, is de mate waarin kiezers deze versplintering zelf als problematisch ervaren. Ipsos zocht het uit, en dit zijn de belangrijkste conclusies. 

 

  1. Een meerderheid van de kiezers vindt dat er inderdaad te veel partijen zijn. 
  2. Maar kiezers zijn verdeeld over nut en noodzaak van een veelvoud aan partijen. 
  3. Invoering van een kiesdrempel kan op veel steun rekenen. 

 

Politieke versplintering

Op dit moment zijn er 13 verschillende partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, en na de afsplitsing bij de Partij voor de Dieren (kamerlid Van Kooten was het oneens met de koers van de partij) zijn er liefst 14 verschillende fracties. 

Deze versplintering is vooral te danken aan de erosie van ‘de grote drie’. VVD, PvdA en CDA (vooral die laatste twee) konden traditioneel op zeer veel zetels rekenen. Daarmee was Nederland eigenlijk een land van drie grote politieke partijen die ieder een eigen stroming vertegenwoordigen (liberalisme, sociaaldemocratie en confessionele politiek). De machtspositie van deze drie partijen is echter langzaam maar zeker afgenomen. De grote drie verliezen stemmen. Dit proces is al langer aan de gang, maar zien we ook duidelijk als we onze peilingen sinds 2007 erbij pakken. 

x

 

In 2007 behaalden VVD, PvdA en CDA bij elkaar nog rond de 100 zetels in onze peilingen. Nu staan de drie partijen gecombineerd op 61 zetels. En die zetels zijn naar andere partijen gegaan. 


Te veel partijen

Goed, politieke versplintering dus. Maar is dat eigenlijk erg? Wij legden kiezers een aantal stellingen voor. 

x


Het eerste dat opvalt is dat een meerderheid van de Nederlandse kiezers de stelling onderschrijft dat er ‘te veel politieke partijen in Nederland zijn’. Bijna twee derde (65%) is het hiermee eens, en dit sentiment loopt dwars door partijlijnen heen. Aanhangers van de grote drie en FvD (opvallend, want de meeste recente nieuwkomer op het politieke toneel) zijn het meest van mening dat er te veel partijen zijn. 

Er is meer verdeeldheid  te zien wanneer we vragen naar het eventuele nut van zoveel verschillende partijen. De groep kiezers die vindt dat nieuwe partijen vernieuwing brengen is weliswaar kleiner dan de groep die dat tegenspreekt, maar een duidelijke meerderheid, voor of tegen ontbreekt. Aanhangers van D66, de partij die zelf bij haar oprichting vernieuwing wilde brengen en het bestel wilde veranderen, zijn het meest verdeeld over deze stelling. 

Ook vroegen we kiezers of zij vinden dat in het Nederlandse systeem verschillende politieke denkbeelden goed worden vertegenwoordigd. Die stelling is een versimpeling van het bekende argument dat politieke systemen met veel partijen beter zijn in weerspiegelen van diverse politieke belangen dan systemen waar maar twee partijen er effectief toe doen (zie bijvoorbeeld deze studie). Nederlandse kiezers zijn verdeeld. Ongeveer een op de drie (36%) vindt dat het Nederlandse kiesstelsel goed in staat is verschillende politieke opvatting te weerspiegelen, ongeveer drie op de tien (28%) zijn het daarmee oneens. De groep D66’ers die vindt dat het huidige kiesstelsel een goede afspiegeling van de samenleving vormt, is relatief groot (50%) – interessant, gezien het feit dat verbetering en bevordering van (directe) democratie hoog op de agenda van deze partij staan. 

Om nog wat dieper in te gaan op kiezersvoorkeuren wat betreft het aantal partijen legden we twee posities aan kiezers voor, en vroegen we ze welke positie het dichtst bij hun eigen mening komt. De eerste positie beschrijft het argument dat versplintering een slechte zaak is, omdat het de effectiviteit van het openbaar bestuur kan ondermijnen. Het tweede argument is dat het juist goed is, omdat politieke versplintering kan zorgen voor een goede afspiegeling van politieke belangen waardoor het democratische gehalte van het systeem toeneemt. 
 

x

 

z


 

Opvallend is dat we ook hier weer de verdeeldheid terugzien, hoewel een meerderheid van de kiezers zegt dat politieke versplintering een slechte zaak is (ongeveer 60% tegenover 40%). Interessant is ook dat jongeren veel meer dan ouderen de positieve kant zien van een politiek systeem waarin veel verschillende partijen aanwezig zijn. 


Kiesdrempel?

Tot slot vroegen wij kiezers naar mogelijke ‘oplossingen’ voor het ‘probleem’ van politieke versplintering. Zowel het invoeren van een kiesdrempel als het verbieden van afsplitsingen (Kamerleden zouden dan hun zetel bij afsplitsing moeten afstaan aan hun partij) kan rekenen op een meerderheid. Voor beide ideeën is een meerderheid van circa 70% te vinden (die percentages zijn vergelijkbaar met eerdere peilingen). 

x


Daarbij moeten we wel opmerken dat de meeste wetenschappers niets zien in het invoeren van een kiesdrempel (zie hier). Politieke versplintering ontstaat niet zozeer door kleine partijtjes (die zijn er altijd geweest), maar door een toename van het aantal middelgrote partijen als gevolg van de ineenstorting van de grote drie. Daar verandert een kiesdrempel niets aan, tenzij we een forse kiesdrempel van ongeveer 10% zouden invoeren. 
 

Meer informatie

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck (sjoerd.vanheck@ipsos.com)

 

Eerdere artikelen in de serie Politiek met Sjoerd:

 

Onderzoekverantwoording
Deze gegevens zijn gebaseerd op de juli 2019 meting van de Politieke Barometer (n=1028, veldwerk liep van vrijdag 26 juli tot en met maandag 29 juli). De gegevens zijn verzameld door middel van online onderzoek onder alle stemgerechtigde Nederlanders. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag (Tweede Kamerverkiezingen 2017) en vormen daarmee een representatieve afspiegeling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op deze variabelen. 
Figuur 1 is gebaseerd op alle politieke peilingen van Ipsos tussen 2007 en de meest recente peiling van juli 2019. In totaal zijn dat 323 peilingen. 

Volledige vraagstellingen

Op dit moment zijn er 13 politieke partijen in de Tweede Kamer. 
Er wordt daarom ook wel gesproken van politieke versplintering in Nederland, waarbij er steeds meer kleinere politieke partijen zijn waar je als kiezer op kan stemmen. 
In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen:

  • Het Nederlandse kiesstelsel, waarbij ook kleine partijen kans maken op een zetel, zorgt voor een goede afspiegeling van wat er onder de Nederlandse kiezers leeft
  • In Nederland zijn er te veel politieke partijen 
  • De opkomst van kleine (nieuwe) partijen zorgt voor politieke vernieuwing

Hieronder worden twee posities in het debat over politieke versplintering samengevat. In welke positie kunt u zich het beste vinden? 

  • Het is goed dat er veel verschillende politieke partijen in Nederland zijn. Op die manier worden veel verschillende standpunten en belangen vertegenwoordigd. Het is daarom democratisch. 
  • Het is slecht dat er veel verschillende politieke partijen in Nederland zijn. Het nemen van besluiten wordt daardoor moeilijker, en het effectief besturen van het land komt in gevaar.

Een veelgenoemde oplossing voor de politieke versplintering is het invoeren van een kiesdrempel. Bij een kiesdrempel heeft een politieke partij een minimaal vastgesteld percentage van de stemmen nodig om een zetel in het parlement te behalen. In Duitsland, bijvoorbeeld, moet een politieke partij minimaal 5% van de stemmen hebben behaald om in aanmerking te komen voor een zetel.
Vindt u dat er in Nederland een kiesdrempel moet worden ingevoerd?

  • Ja
  • Nee
  • Weet niet

Een andere oplossing voor de politieke versplintering is het verbieden van afsplitsingen. 
Afsplitsingen ontstaan bijvoorbeeld als een lid van de Tweede Kamer het niet meer eens is met zijn of haar partij. In dat geval kan het kamerlid besluiten zich af te splitsen en alleen door te gaan in de Tweede Kamer. 
Het verbieden van afsplitsingen zou betekenen dat Kamerleden hun zetel in de Tweede Kamer zouden moeten afstaan aan hun partij. 

Vindt u dat Kamerleden die zich afsplitsen hun zetel moeten afstaan aan hun partij? 

  • Ja
  • Nee
  • Weet niet

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands