Peiling: Stuklopen formatie | Beoordeling Omtzigt | Vertrouwen in politiek

In de februari-editie van de Ipsos Maatschappelijke Barometer (uitgevoerd tussen 23 en 26 februari): Nederlanders – inclusief NSC-kiezers – niet positief over mislukken formatie PVV, VVD, BBB en NSC • Omtzigt wordt voor het eerst met een onvoldoende beoordeeld door Nederlanders • Vertrouwen in politiek neemt af na Tweede Kamerverkiezingen

Schrijver(s)
  • Maren Hekkema Public Affairs, the Netherlands
  • Sander Nieuwkerk Ipsos I&O Publiek
Get in touch

NSC-kiezer houdt eigen partij verantwoordelijk voor stuklopen formatie

Begin februari zijn de formatieonderhandelingen tussen PVV, VVD, NSC en BBB tot stilstand gekomen nadat NSC zich hieruit terugtrok. Dit heeft ertoe geleid dat Kim Putters is aangewezen als nieuwe informateur en de taak van Ronald Plasterk overneemt in het formatieproces. Nu NSC zich vooralsnog heeft teruggetrokken uit deze formatieonderhandelingen, zal het dus meer tijd in beslag nemen om een regering te vormen. 

Nederlanders hebben een overwegend negatieve houding ten opzichte van het stuklopen van de formatie:de helft (48%) is hier namelijk (heel) negatief over, waar een vijfde (20%) hier (heel) positief tegenover staat. Van de vier partijen die aan de formatietafel zaten, zijn met name PVV’ers, BBB’ers en VVD’ers negatief over het stuklopen. Alleen onder GroenLinks-PvdA’ers is de stemming overwegend positief.

 

Kiezers houden vooral het NSC (50%) verantwoordelijk voor het mislukken van de formatie. Kijkende naar het electoraat van de formerende partijen is het geen verrassing dat PVV’ers, VVD’ers en BBB’ers de partij van Pieter Omtzigt het vaakst als verantwoordelijk houden voor het mislukken van de formatie. Onder het huidige NSC-electoraat is er verdeeldheid over wie de verantwoordelijkheid voor de mislukte formatie draagt. Drie tiende (30%) van hen houdt geen enkele partij verantwoordelijk voor het stuklopen hiervan. 

 

Aangezien het electoraat van de partij sinds de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen bijna gehalveerd is, is het echter interessanter om te kijken wie het voormalige electoraat aanwijst als verantwoordelijke van het mislukken van de formatie ten opzichte van het huidige electoraat.

Om dit verschil te achterhalen hebben we Nederlanders die bij de Tweede Kamerverkiezingen op NSC hebben gestemd onderverdeeld in twee groepen: ‘Trouwe NSC’ers’ en ‘Overgestapte NSC’ers’. Waar de eerste groep nog steeds NSC als huidige politieke voorkeur heeft, heeft de tweede groep momenteel een andere partijvoorkeur. 

 

De strekking is duidelijk: trouwe NSC’ers zijn verdeeld over wie zij verantwoordelijk houden voor het mislukken van de formatie. Twee op de vijf (39%) houden geen enkele partij verantwoordelijk of weten niet bij wie deze verantwoordelijkheid ligt. Een kwart (24%) houdt haar eigen partij (mede)verantwoordelijk. NSC'ers die zijn overgestapt, geven hun 'oude' partij wel de schuld van het falen van de formatie, twee derde (67%) legt deze verantwoordelijkheid namelijk bij NSC.

 

Beoordeling Omtzigt daalt na stuklopen formatie

Pieter Omtzigt was geruime tijd de lijsttrekker met de hoogste beoordeling . Begin september – net na het oprichten van NSC – werd hij met een 6.9 ruim voldoende beoordeeld. Naarmate de campagnetijd vorderde daalde deze score licht en was er een voorzichtig dalende trend zichtbaar. Hierdoor was zijn beoordeling een week voor de verkiezingen gedaald tot een 6.4. Na de verkiezingen zette de dalende trend zicht voort: in december, drie weken na de verkiezingen, beoordeelden Nederlanders hem met een 5.9 nog net aan voldoende.

 

In februari wordt Pieter Omtzigt met een 4.4 voor het eerst onvoldoende beoordeeld. Alleen zijn eigen electoraat beoordeelt hem nog voldoende (7.1). De daling komt met name door het electoraat van de drie andere formerende partijen. Waar PVV’ers Omtzigt in januari nog met een 5.8 beoordeelden, beoordelen ze hem in februari met een 3.4. Bij VVD (van 6.2 naar 3.9) en BBB (van 6.7 naar 4.7) zien we een vergelijkbaar beeld. Het stuklopen van de formatie lijkt dus niet alleen de partij te worden aangerekend, maar ook Pieter Omtzigt zelf.

 

Draagvlak minderheidskabinet groeit 

Sinds 19 februari verkent informateur Kim Putters – naast de optie van een meerderheidskabinet – alternatieve manieren om tot een regering te komen. Naast een extraparlementair kabinet, wordt vaak ook de mogelijkheid van een minderheidskabinet genoemd. Nederlanders zijn verdeeld over een dergelijk kabinet. Drie tiende (30%) ziet een minderheidskabinet als een goede optie, terwijl een kwart (24%) dat niet ziet zitten. Toch lijkt het sentiment over de optie te kenteren. Net na de verkiezingen zag namelijk nog maar een vijfde (20%) een minderheidskabinet zitten. 

 

Ook hier zien we dat met name het electoraat van de vier partijen die formeerden van mening zijn veranderd. In december stond het electoraat van deze partijen nog overwegend negatief ten opzichte van een minderheidskabinet. In februari is dat beeld veranderd: BBB’ers, PVV’ers en NSC’ers zien een minderheidskabinet nu vaker als een goede optie en ook VVD’ers lijken hier meer voor open te staan. 

Als laatst mogelijke optie wordt het houden van nieuwe verkiezingen genoemd. Vier op de tien Nederlanders (39%) vinden niet dat er (nu al) nieuwe verkiezingen moeten komen, terwijl drie tiende (28%) hier juist wel voorstander van is. Alleen onder het electoraat van de Partij voor de Dieren en SP – partijen die in november juist veel zetels verloren – staat een relatief groot aandeel open voor nieuwe verkiezingen. 

 

Vertrouwen in de politiek neemt af na verkiezingen

Tot slot is het interessant om te achterhalen of het mislukken van de formatie samenhangt met het vertrouwen in de Nederlandse politiek. Sinds de val van het kabinet in juli, is het vertrouwen toegenomen. Direct na de val had een derde (35%) van de Nederlanders vertrouwen in de politiek, dat een week voor de Tweede Kamerverkiezingen voor bijna de helft van de Nederlanders (45%) gold. Echter, sindsdien is het vertrouwen weer aan het dalen. Op dit moment heeft 36% van de Nederlanders nog vertrouwen in de politiek, waardoor het vertrouwen weer op hetzelfde niveau is als na de val van het kabinet.

 

 

Onderzoeksverantwoording 
De data zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking (n=1.022) tussen 23 en 26 februari. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2023) zijn door middel van een weging gecorrigeerd.

Meer informatie
Deze peiling is onderdeel van de maandelijks terugkerende Maatschappelijke Barometer
Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sander Nieuwkerk ([email protected]).

Schrijver(s)
  • Maren Hekkema Public Affairs, the Netherlands
  • Sander Nieuwkerk Ipsos I&O Publiek

Maatschappij