Peiling: Stemzekerheid | Partijbinding | Israëlisch-Palestijns conflict

In de tweede oktober-editie van de Ipsos Maatschappelijke Barometer (uitgevoerd tussen 27 en 30 oktober): Stemzekerheid verandert nauwelijks sinds start campagne • Ook de partijbinding wordt vooralsnog niet beïnvloed door de campagne • Zorgen over het Israëlisch-Palestijns conflict nemen toe

Schrijver(s)
  • Maren Hekkema Public Affairs, the Netherlands
  • Sander Nieuwkerk Ipsos I&O Publiek
Get in touch

Stemzekerheid nagenoeg gelijk gebleven; jongeren nog steeds het minst vaak stem-zeker

In de Maatschappelijke Barometer van week 42 was te lezen dat een derde van de Nederlanders (35%) van plan was om te gaan stemmen en een sterke voorkeur had voor slechts één partij. Dit aandeel lag toen lager onder jongeren, waar een vijfde (20%) al zeker was over de stemkeuze.

Keuzezekerheid

 

Uit onze meest recente peiling blijkt dat de keuzezekerheid stabiel is gebleven: nog steeds is slechts een derde (33%) zeker over de stemkeuze en ligt dit aandeel lager onder jongeren (22%). De campagnes lijken dus vooralsnog geen effect te hebben op de keuzezekerheid van de Nederlander.

Dan rest de vraag in hoeverre de keuzezekerheid verschilt afhankelijk van de partijvoorkeur. Hierbij zien we voornamelijk aanhangers van D66 niet zeker zijn van hun stem op de partij. Maar een vijfde (20%) van het huidige electoraat geeft aan een sterke voorkeur te hebben voor alleen die partij. 

Stemzekerheid

 

Van de drie grootste partijen is de keuzezekerheid het grootst onder VVD’ers en kiezers van GroenLinks-PvdA (respectievelijk 43% en 40%), terwijl kiezers van NSC bovengemiddeld vaak ook nog andere partijen kans op hun stem geven (43%). Ook onder BBB’ers is er een relatief grote groep die een voorkeur heeft voor de partij, maar ook andere partijen nog een kans geeft (45%).

 

Campagnes hebben vooralsnog geen effect op partijbinding

Hoe sterk is de binding met een partij? De meeste mensen overwegen twee à drie partijen voordat zij hun definitieve stemkeuze maken voor de Tweede Kamerverkiezingen. Met onze 10-stemmenvraag stellen we dit keuzeproces vast. Zo kunnen we op een eenvoudige manier de bindingskracht van de partijen vaststellen. De bindingskracht is een mooie indicator om in één oogopslag de politieke krachtsverhoudingen van dat moment te zien.

Om de bindingskracht te bepalen, onderscheiden we per partij de volgende kiezers:

  • Unieke voorkeur: kiezers overwegen uitsluitend deze partij;
  • Voorkeur: kiezers hebben nu een voorkeur voor deze partij, maar overwegen ook andere partijen;
  • Sympathie: kiezers hebben nu een voorkeur voor een andere partij, maar overwegen deze partij wel;
  • Geen sympathie: deze partij wordt niet overwogen door kiezers.
Bindingskracht partijen in zetels

 

Kijkend naar de bindingskracht op basis van onze laatste peiling, zien we dat voor het electoraat van bijna alle partijen geldt dat het merendeel ook nog andere partijen overweegt om op te stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Deze bindingskracht is met name laag voor D66, waar van de 8 zetels, er maar 1 is op basis van een unieke voorkeur voor de partij.  

Verkiezingscampagnes hebben doorgaans als doel om mensen te overtuigen om voor een bepaalde partij te stemmen. Nu de campagnes gestart zijn, zou je verwachten dat de sympathie voor partijen verandert. Dat is vooralsnog echter nog maar mondjesmaat het geval. De bindingskracht is ten opzichte van begin oktober namelijk nauwelijks veranderd voor de grote partijen (zie: Politieke Barometer – Bindingskracht). 

 

Zorgen over Israëlisch-Palestijns conflict nemen toe

In de Maatschappelijke Barometer van week 42 berichtten we over de rol van het Israëlisch-Palestijns conflict in de aankomende verkiezingen. Toen speelde deze nog nauwelijks een rol. Ook uit ons verkiezingsonderzoek voor de NOS bleek het conflict nog het minst vaak van een 17-tal thema’s een rol te spelen in de stemkeuze. Desalniettemin zien we wel voortekenen van een groeiend belang. 

Allereerst zien we in de Maatschappelijke Barometer, uitgevoerd tussen 27 en 30 oktober, dat het aandeel Nederlanders dat denkt dat het conflict een risico vormt voor Nederland en de wereld is toegenomen. Ruim vier tiende (44%) denkt dat het Israëlisch-Palestijns conflict een risico vormt voor Nederland (13-16 oktober: 38%) en zeven op de tien Nederlanders (71%) denken dat het conflict een risico vormt voor de wereld (13-16 oktober: 65%).

Risico Israëlisch-Palestijns conflict

 

Omtrent het bieden van steun zien we ook veranderingen. Waar het draagvlak voor steun voor Israëlische burgers nagenoeg gelijk blijft (17% vs. 19% 13-16 oktober), is het aandeel dat het niet eens is met de stelling toegenomen van 26% naar 31%.

Tegelijkertijd neemt het draagvlak voor steun voor de Palestijnse burgers toe: waar begin oktober nog een kwart (25%) voor meer steun was, geeft nu een derde (33%) aan dat Nederland meer moet doen om Palestijnse burgers te steunen.

Wie zou NL meer moeten steunen?

 

Politieke voorkeur lijkt nauwelijks een rol te spelen omtrent het steunen van Israëlische burgers. Onder alle stromingen vindt zo’n vijfde dat Nederland meer zou moeten doen om de Israëlische burgers te steunen en is zo’n derde het er juist niet mee eens. 

Wie zou NL meer moeten steunen?

 

De verschillen ontstaan echter als we kijken naar het steunen van Palestijnse burgers. Rechtse kiezers en kiezers uit het midden zijn hier verdeeld over, terwijl onder linkse kiezers een kleine meerderheid vindt dat Nederland meer zou moeten doen om de Palestijnse burgers te steunen.

Op de vraag of partijen zich moeten uitspreken over het conflict zien we ook een stijging: drie op de tien Nederlanders (30%) willen dat de politieke partij van hun voorkeur zich uitspreekt. Begin oktober was dit een kwart (26%). 

Moeten partijen zich uitspreken over de oorlog?

 

Met name het electoraat van SGP vindt dat de partij zich moet uitspreken. Daarnaast willen ook kiezers van links-progressieve partijen dat hun partij zich uitspreekt over het Israëlisch-Palestijns conflict.

 

Onderzoeksverantwoording 

De data zijn gebaseerd op online onderzoek van Ipsos onder een representatieve steekproef van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking (n= 1.924) tussen 27 en 30 oktober 2023. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproef en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen van 2021) zijn door middel van een weging gecorrigeerd. 

 

Meer informatie

Deze peiling is onderdeel van de maandelijks terugkerende Maatschappelijke Barometer

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sander Nieuwkerk ([email protected]).
 

Schrijver(s)
  • Maren Hekkema Public Affairs, the Netherlands
  • Sander Nieuwkerk Ipsos I&O Publiek

Maatschappij