Politiek met Sjoerd - Bakfietsen en rolluiken

Op D66 en GroenLinks stemmen alleen hoogopgeleide stadsbewoners met een bakfiets. In de provincie steunt men het CDA. In wijken waar scooters rondrijden en de rolluiken voor de ramen hangen doet de PVV het goed. Stereotyperingen? Of zit er een kern van waarheid in?

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands
Get in touch

Sjoerd van HeckIn hoeverre kunnen we de achterbannen van politieke partijen typeren aan de hand van zaken als woonplaats, opleidingsniveau en leeftijd? In een eerdere post keek ik al naar verschillen tussen burgers in termen van politieke links-rechts opvattingen. Daar zien we enkele patronen: vrouwen zijn linkser dan mannen (er wordt in deze context wel gesproken van een gender gap) en laagopgeleiden hebben vaker rechtse denkbeelden dan hoogopgeleiden. 

Als het gaat om het verband tussen woonplaats en stemgedrag wordt de theorie die ‘electoraal geograaf’ Josse de Voogd ontwikkelde vaak aangehaald. Kort samengevat (hier en hier) komt die op het volgende neer:

Tegenover hippe, multiculturele, hervormingsgezinde binnensteden, waar het straatbeeld wordt gedomineerd door bakfietsen en ja/nee stickers staan de rancuneuze overloopgebieden en randen van het land, waar men zich terugtrekt achter een rolluik en via de tv kennis neemt van een snel veranderende wereld. 

Bakfietsen versus rolluiken dus. De binnensteden, waar bakfietsen domineren, zijn het domein van GroenLinks, D66 en de VVD. In de buitenwijken waar scooterrijdend Nederland woont doen partijen als de PVV het juist goed. (Overigens nuanceerde Josse de Voogd zijn theorie later door te stellen dat deze op ‘observaties’ is gebaseerd.) 

Generalisaties? Wij namen de proef op de som. Om te kijken of we inderdaad patronen kunnen ontdekken in de achterbannen van de verschillende partijen namen we alle peilingen van Ipsos tussen januari en november 2019 (n=13.637) samen en bekeken enkele achtergrondgegevens. Hier zijn de belangrijkste resultaten. 



Populistische kiezers zijn laagopgeleid

Allereerst opleiding. Er zijn op basis van het opleidingsniveau van de kiezers grofweg drie clusters van partijen te onderscheiden. 

Opleidingsniveau


Allereerst de populistische partijen: PVV, 50PLUS, SP en FVD. Hoogopgeleiden zijn onder de achterbannen van alle vier deze partijen ondervertegenwoordigd, maar vooral onder PVV- en 50PLUS-kiezers. Ook zijn bij de PVV en 50PLUS laagopgeleiden (zwaar) oververtegenwoordigd, bij de SP en FVD is dat niet het geval. 

Een tweede cluster wordt gevormd door het CDA en de PvdA. Deze traditionele middenpartijen doen hun naam eer aan, hun kiezers vormen in termen van opleidingsniveau een bijna perfecte afspiegeling van de Nederlandse samenleving. 

Tot slot drie partijen die met name hoogopgeleide kiezers trekken: de VVD, GroenLinks en D66. Onder de achterbannen van GroenLinks en D66 is zelfs een meerderheid van ongeveer zes op de tien kiezers hoogopgeleid. 

Grijze middenpartijen

Dan leeftijd. Hier zien we een aantal interessante patronen. 

figuur 2


Naast – uiteraard – 50PLUS hebben de PvdA en het CDA de meest vergrijsde achterban. Bijna twee op de drie kiezers van de PvdA en het CDA zijn 55 jaar of ouder. Een urgent probleem voor deze partijen. Ze zullen op zoek moeten naar manieren om meer jonge kiezers aan te spreken. Dat geldt ook voor de SP. 

D66 en GroenLinks hebben veel minder moeite om jongeren te bereiken. Bijna een op de drie stemmers op deze partijen is jonger dan 35 jaar. Voor de PVV geldt dat ze een oververtegenwoordiging van kiezers in de middengroep (35-54 jaar) hebben.  

Linkse vrouwen en rechtse mannen? 

Het beeld dat vrouwen gemiddeld genomen linkser stemmen dan mannen lijkt te worden bevestigd door onze data, maar verdient wel enige nuance. 

Figuur 3


Mannelijke kiezers zijn inderdaad oververtegenwoordigd onder de kiezers van rechtse partijen als FVD, CDA en VVD. En vrouwen zijn juist oververtegenwoordigd onder SP- en GroenLinks-kiezers. Maar de PvdA, toch ook een linkse partij, trekt bijvoorbeeld ook veel mannelijke kiezers. De electoraten van de PvdA en de PVV zijn vergelijkbaar in termen van man-vrouw verhoudingen, terwijl de partijen qua ideologie zo ongeveer perfecte tegenpolen zijn. 

De stad versus de provincie?    

Hoe zit het met de woonplaats van verschillende kiezersgroepen? Belangrijk om hier te vermelden is dat wij niet de theorie van Josse de Voogd kunnen testen met onze data. Die theorie is immers gebaseerd op wijkniveau: de binnensteden vol bakfietsen versus de randgebieden vol scooters. Hier gebruiken wij de grovere Nielsen indeling

Figuur 4

Allereerst valt op dat de meeste partijen geen grote uitschieters kennen. Toch zijn er een paar interessante patronen te ontdekken. Zoals wellicht was te verwachten: D66 heeft iets meer aanhang in de drie grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, inclusief randgemeenten). Stedelijke kiezers zijn juist enigszins ondervertegenwoordigd in de achterban van het CDA. Opvallend: de achterban van Forum voor Democratie is bijna perfect verspreid over het land (evenredig aan de Nederlandse bevolking). Daarnaast trekt de PVV, en ook de SP, relatief veel kiezers in het zuiden van het land.

PVV en FVD

Daar zit niet het enige verschil tussen de kiezers van FVD en PVV. De PVV-achterban is lager opgeleid dan de FVD-achterban. En de PVV trekt relatief vaker kiezers die qua leeftijd in de middengroep (35-54) vallen, terwijl FVD-kiezers relatief vaker uit de oudere leeftijdsgroep (55+) komen. Mannen zijn dan weer fors oververtegenwoordigd onder FVD-kiezers terwijl de man-vrouw verhouding gelijkmatiger is bij het electoraat van de PVV. 

Belangrijk: ondanks deze verschillen vissen de PVV en de FVD wel deels uit dezelfde electorale vijver. Uit onze data blijkt dat ongeveer een kwart van het FVD-electoraat in 2017 nog op de PVV stemde. Ter vergelijking: 11% van de huidige FVD-sympathisanten stemde tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 nog op de VVD. 

Bakfietsen en rolluiken

Dus, in hoeverre kunnen we de achterbannen van politieke partijen typeren aan de hand van zaken als woonplaats, opleidingsniveau en leeftijd? Onze data suggereert een genuanceerd antwoord. Aan de ene kant laten de partijprofielen patronen zien (leeftijd, opleiding, geslacht) die in overeenstemming zijn met bepaalde stereotyperingen. Zo zijn vrouwen wat vaker oververtegenwoordigd onder kiezers van linkse partijen. En doen partijen als GroenLinks en D66 het goed onder hoogopgeleiden, en in de stad. Tegelijkertijd: kiezers van partijen die op sommige punten overeenkomsten vertonen, verschillen op andere kenmerken weer. Zie het voorbeeld PVV-FVD. Bovendien: een echte test van het bakfiets-rolluik model vereist een fijnmaziger geografische classificatie van kiezers dan degene hier gebruikt. 

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Sjoerd van Heck (sjoerd.vanheck@ipsos.com)
 

 

Eerdere artikelen in de serie Politiek met Sjoerd:

 

Onderzoekverantwoording

Deze gegevens zijn gebaseerd op 13 verschillende metingen van de Politieke Barometer in 2019 tussen januari en november 2019 onder representatieve steekproeven van stemgerechtigde Nederlanders. Voor iedere meting zijn ongeveer 1.000 Nederlanders geselecteerd. Het totale aantal observaties is 13.637. Afwijkingen tussen de samenstelling van de steekproeven en de samenstelling van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding, regio, werkzaamheid en stemgedrag bij de laatste landelijke verkiezingen (de Tweede Kamerverkiezingen 2017) zijn door middel van een weging gecorrigeerd.
 

Schrijver(s)

  • Sjoerd van Heck Public Affairs, the Netherlands